ECLI:NL:RBMNE:2025:6369
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt spoedige beslissing op te laat behandeld WIA-bezwaar en legt dwangsom op
Eiser diende op 11 maart 2025 een bezwaar in tegen een besluit van het UWV inzake de WIA. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, hetgeen niet wordt betwist. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 19 september 2025 ontving en sindsdien de beslistermijn is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank deze termijn redelijk en wijkt daarmee niet af van eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 453,50, en moet het griffierecht van € 53,- worden vergoed. De rechtbank wijst erop dat partijen niet zijn uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier L. El Kabch op 24 november 2025.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twee maanden beslissen op het bezwaar en betaalt een dwangsom bij overschrijding, plus proceskosten en griffierecht aan eiser.