ECLI:NL:RBMNE:2025:6526
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA: niet tijdig besluit en dwangsom
Eiseres heeft op 10 januari 2024 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van mevrouw A op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft dit verzoek niet binnen de wettelijke termijn behandeld, hetgeen niet in geschil is gesteld.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 20 november 2024 een ingebrekestelling heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen, waarbij rekening wordt gehouden met de door verweerder aangevoerde omstandigheden, zoals een tekort aan verzekeringsartsen.
Op grond hiervan stelt de rechtbank een beslistermijn van vier maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 6 oktober 2025 en is in het openbaar uitgesproken. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verweerder moet binnen vier maanden alsnog een besluit nemen en betaalt een dwangsom en proceskosten aan eiseres.