Werknemer, sinds 2013 coördinerend conciërge, is wegens ziekte gedeeltelijk arbeidsongeschikt en verricht aangepaste werkzaamheden in de backoffice. Hij stelt vanaf juni 2025 volledig inzetbaar te zijn en eist volledige toelating en loonbetaling. Werkgever betwist dit en wijst op het ontbreken van volledige arbeidsgeschiktheid en het feit dat de functie medewerker backoffice niet bestaat.
De kantonrechter overweegt dat de werknemer zich in het tweede ziektejaar bevindt en dat de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige nog niet hebben vastgesteld dat hij 40 uur per week volledig arbeidsgeschikt is. Een deskundigenoordeel van het UWV over de passende werkzaamheden ontbreekt nog, waardoor onduidelijk is welke taken de werknemer kan verrichten.
De kantonrechter concludeert dat het prematuur is om de gevorderde voorzieningen toe te wijzen en dat nader onderzoek in een bodemprocedure nodig is. De vorderingen worden daarom afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.