ECLI:NL:RBMNE:2025:6809

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
UTR 25/2786
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogenWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsbeperkingen

Eiseres is voor 100% arbeidsongeschikt geacht en ontvangt een WGA-uitkering. Zij stelt dat haar beperkingen onderschat zijn en dat zij recht heeft op een volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid met een IVA-uitkering. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van het beoordelingskader duurzaamheid van het UWV, dat bepaalt dat duurzame arbeidsongeschiktheid alleen wordt aangenomen als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of niet te verwachten.

De rechtbank concludeert dat de medische rapporten van de verzekeringsartsen zorgvuldig, consistent en begrijpelijk zijn opgesteld en dat de urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week preventief is vastgesteld vanwege het gebruik van oxycodon en de verminderde energetische belastbaarheid. Omdat verbetering mogelijk is na afbouw van medicatie, is geen sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid.

Verder zijn de door eiseres aangevoerde beperkingen ten aanzien van fysieke omgevingseisen, statische houdingen en het gebruik van toetsenbord en muis onvoldoende onderbouwd met medische informatie. De rechtbank volgt het oordeel van de verzekeringsarts dat deze beperkingen niet zodanig zijn dat zij tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leiden.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen recht heeft op een IVA-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal op 11 december 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat haar arbeidsbeperkingen niet duurzaam zijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2786

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L.M. van Rooij),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: R. van den Brink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de toewijzing van een WIA-uitkering. Eiseres is voor 100% arbeidsongeschikt geacht. Eiseres meent dat haar beperkingen zijn onderschat en dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt moet worden geacht. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. In het besluit van 23 juli 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv per 8 juli 2024 een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan eiseres toegekend. Eiseres is voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. In de beslissing op bezwaar van 25 maart 2025 (het bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.

Beoordeling door de rechtbank

Beoordelingskader
3. Deze zaak gaat over de vraag of eiseres recht heeft op een IVA-uitkering. Dat is het geval als eiseres volledig (80-100%) arbeidsongeschikt is en deze arbeidsongeschiktheid duurzaam is.
3.1.
Het Uwv heeft bij de beoordeling gebruik gemaakt van het beoordelingskader voor de duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen (het beoordelingskader duurzaamheid). Volgens het beoordelingskader duurzaamheid is sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid als verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten of niet of nauwelijks te verwachten is. Daarnaast bevat het beoordelingskader duurzaamheid een stappenplan om de prognose van de arbeidsbeperkingen van de uitkeringsgerechtigde vast te stellen. Er wordt daarbij gekeken naar de medische situatie op het moment van de beoordeling.
3.2.
Stap één omvat de beoordeling door de verzekeringsarts of verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten. Hiervan is sprake bij een progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden of een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden. Als de eerste stap niet leidt tot kwalificatie van duurzame arbeidsongeschiktheid, is verbetering van de belastbaarheid niet uitgesloten. Dan volgt de tweede stap. In stap twee geeft de verzekeringsarts aan hoeverre verbetering in het eerstkomende jaar te verwachten is. Er is ofwel een redelijke of goede verwachting dat verbetering van de belastbaarheid zal optreden dan wel verbetering van de belastbaarheid is niet of nauwelijks te verwachten. Als in het eerstkomende jaar niet of nauwelijks verbetering van de belastbaarheid wordt verwacht, beoordeelt de verzekeringsarts in het kader van stap 3 of, en zo ja, in hoeverre, die verbetering van de belastbaarheid na het eerstkomende jaar nog kan worden verwacht.
3.3.
Verder is van belang dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel aan de volgende drie voorwaarden voldoen. De rapporten:
 zijn op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
 bevatten geen tegenstrijdigheden;
 zijn voldoende begrijpelijk.
De rapporten en de besluiten die daarop gebaseerd zijn, zijn in beroep wel aanvechtbaar. Het is echter aan de eisende partij om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan de drie genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de drie genoemde voorwaarden is voldaan. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk.
Beoordeling van de beroepsgronden van eiseres
4. De discussie ter zitting heeft zich toegespitst op de beperkingen die voor eiseres zijn aangenomen in het kader van haar psychische belastbaarheid en de urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week. Eiseres heeft tijdens de zitting toegelicht dat zij op dit moment niet depressief is en dat zij geen psychische klachten ondervindt. Volgens eiseres zijn de beperkingen ten aanzien van de psychische belastbaarheid duurzaam omdat deze niet kunnen verbeteren en tegelijkertijd ondervindt eiseres deze beperkingen niet. Eiseres meent dat dit onvoldoende tot uiting komt in de functionele mogelijkheden lijst (FML).
4.1.
De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling van de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank legt dit hierna verder uit. De primaire verzekeringsarts heeft in het rapport van 2 juli 2024 aangegeven dat zij een urenbeperking aan de orde acht vanuit preventieve gronden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 28 februari 2025 aangegeven dat met de urenbeperking voor eiseres van twee uur per dag en tien uur per week rekening is gehouden met de huidige verminderde energetische belastbaarheid van eiseres die past bij de depressieve stoornis en het gebruik van oxycodon. Deze urenbeperking is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dit moment passend, maar op het moment dat de oxycodon succesvol is afgebouwd verwacht de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de belastbaarheid van eiseres in energie zal toenemen. De urenbeperking die voor eiseres is aangenomen, is er vanwege de energievermindering, die onder meer het gevolg is vanwege het gebruik van oxycodon en de hoeveelheid energie die dat eiseres kost. Omdat dit nog kan verbeteren, is naar het oordeel van de rechtbank terecht aangenomen dat geen sprake is van duurzame arbeidsbeperkingen.
Fysieke omgevingseisen
4.2.
Eiseres voert aan dat zij beperkt is ten aanzien van fysieke omgevingseisen in rubriek 3 van de FML. Bij kou nemen haar klachten toe en zij heeft een verminderd gevoel in sommige delen van haar lichaam, onder andere haar vingers. Tijdens de zitting heeft eiseres in dit verband ook toegelicht dat haar spierspanning te hoog is en haar spieren beperkt belastbaar zijn.
4.3.
Voor het aannemen van beperkingen en het opnemen hiervan in een FML kan het Uwv volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) [1] gebruik maken van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). Het CBBS is in beginsel rechtens aanvaardbaar te achten als ondersteunend systeem en ondersteunende methode bij de beoordeling of, en zo ja in welke mate, iemand arbeidsongeschikt is te achten in de zin van de arbeidsongeschiktheidswetten. In het CBBS is onder andere beschreven hoe verzekeringsartsen moeten beoordelen of er een beperking is op een bepaald item van de FML. Ook is per item beschreven wanneer er aanleiding is om een persoon op dit punt beperkt te achten. Uit het CBBS volgt dat de verzekeringsarts een beperking voor koude kan opnemen als een persoon niet langer dan vijf minuten aaneengesloten kan werken bij temperaturen lager dan -15°C. Ook is in het CBBS aangegeven dat bij het beoordelen van koude in de werkomgeving wordt uitgegaan van de temperaturen zoals die onder normale omstandigheden voorkomen en wordt geen rekening gehouden met incidentele omstandigheden. Door eiseres is geen medische informatie naar voren gebracht waaruit volgt dat haar klachten bij kou toenemen en dat de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dit item –uitgaande van de criteria in het CBBS – in de FML onjuist is. De enkele diagnose van een partiele dwarslaesie is hiervoor onvoldoende. Uit vaste rechtspraak van de CRvB [2] volgt dat voor de vraag of een betrokkene al dan niet arbeidsongeschikt is niet een diagnose op zichzelf, maar de beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek per de datum in geding bepalend zijn. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Bovendien zijn er voor eiseres geen functies geduid waarbij zij moet werken onder normale temperaturen. De beroepsgrond slaagt niet.
Statische houdingen
4.4.
Eiseres meent verder dat zij beperkt is ten aanzien van statische houdingen in rubriek 5 van de FML. Volgens eiseres kan zij onmogelijk vrijwel de gehele werkdag zitten tijdens het werk.
4.5.
Door eiseres is geen medische informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat zij op dit item in de FML beperkt moet worden geacht en de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep op dit onderdeel onjuist is. De rechtbank heeft daardoor geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Toetsenbord en muis
4.6.
Eiseres voert aan dat het voor haar onmogelijk is om te werken met een toetsenbord en of muis gedurende vier uur per werkdag. Zij meent ten aanzien zien van dit item in de FML dat zij sterk beperkt is in plaats van licht beperkt.
4.7.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft eiseres licht beperkt geacht voor het werken met een toetsenbord en of muis. Zij kan zo nodig een beperkt deel van de werkdag ongeveer vier uur met een toetsenbord en of muis werken. Door eiseres is geen medische informatie naar voren gebracht waaruit volgt dat zij op dit item in de FML verdergaand beperkt moet worden geacht en de beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist is. De rechtbank heeft daardoor geen reden om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie onder meer de uitspraken van de CRvB van 6 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AS9343.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:798.