ECLI:NL:CRVB:2005:AS9343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en gebruik CBBS in WAO-uitkering
Appellante is wegens chronische pijn- en vermoeidheidsklachten uitgevallen voor haar werk als horecamedewerkster en ontving een WAO-uitkering van 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het gebruik van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) door het UWV als rechtmatig beoordeeld en de medische beperkingen van appellante niet onderschat geacht.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet voltijds kan werken, gesteund op een expertiserapport van revalidatiearts Blanken die fibromyalgie en andere klachten constateerde en een maximale arbeidsduur van 20 uur per week adviseerde. De Raad verwierp dit standpunt omdat het rapport onvoldoende objectieve medische onderbouwing bevatte en de subjectieve klachtenbeleving domineerde.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante juist waren ingeschat en dat het CBBS als hulpmiddel passend was. De medische rapporten en overige stukken boden voldoende inzicht en mogelijkheid tot verweer. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet medisch is aangetoond arbeidsongeschikt voor voltijds werk en handhaaft de WAO-uitkering van 25-35%.