ECLI:NL:RBMNE:2025:6997
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvullende compensatie kinderopvangtoeslagschade deels toegekend, inkomensschade afgewezen
Eiser is erkend als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire en ontving een compensatie van €45.230 voor de jaren 2008 en 2009. Hij verzocht om aanvullende compensatie voor reiskosten, inkomensschade, vermogensschade en financiële ondersteuning. De Commissie Werkelijke Schade (CWS) en Dienst Toeslagen wezen aanvankelijk aanvullende vergoeding af, maar na bezwaar werd een extra bedrag van €17.928 toegekend voor procedurekosten en immateriële schade.
Eiser stelde dat het verlies van zijn dienstverband direct verband hield met de terugvordering van de toeslag en dat persoonlijke problematiek voortvloeiend uit deze situatie inkomensschade veroorzaakte. De rechtbank oordeelde echter dat het causale verband ontbreekt omdat de terugvorderingen pas in 2011 plaatsvonden, terwijl het dienstverband in 2009 eindigde. Ook werd het verband tussen alcoholverslaving en inkomensschade niet erkend als gevolg van de toeslagproblematiek.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit inmiddels was genomen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard, waardoor de aanvullende compensatie van €17.928 in stand bleef. De rechtbank veroordeelde de Dienst Toeslagen tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen het bestreden besluit af en bevestigt een aanvullende schadevergoeding van €17.928, waarbij inkomensschade wordt afgewezen.