ECLI:NL:RBMNE:2025:7093
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn bezwaar WIA
Eiser diende op 3 juli 2024 een bezwaarschrift in tegen een besluit van 5 juni 2024 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is. De rechtbank stelt vast dat eiser een ingebrekestelling heeft gestuurd op 2 juli 2025 en dat de wettelijke termijn van twee weken sindsdien is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, wordt een termijn van twee maanden vastgesteld. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 53,- en een proceskostenvergoeding van € 453,50 aan eiser, vanwege de inschakeling van een professionele gemachtigde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twee maanden op voor verweerder om alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.