In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, enkelvoudige kamer, wordt het beroep van eiseres behandeld tegen het niet tijdig beslissen door de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op haar bezwaar. Eiseres had op 13 februari 2025 bezwaar gemaakt tegen een besluit van 22 januari 2022, maar verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van acht weken beslist. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 19 augustus 2025 heeft ontvangen en sindsdien is de termijn van twee weken verstreken zonder dat er een beslissing is genomen. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na de uitspraak een beslissing moet nemen en legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50 en het griffierecht van € 53,-. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 5 december 2025 en is openbaar uitgesproken.