ECLI:NL:RBMNE:2025:7238

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
11246807 UC EXPL 24-5234
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenrecht en ambtshalve toetsing in verstek bij parkeerovereenkomsten

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 24 december 2025 een verstekvonnis gewezen in een geschil tussen Q-Park Operations Netherlands B.V. en een gedaagde partij die niet is verschenen. Q-Park heeft een parkeer-app ontwikkeld waarmee consumenten kunnen betalen voor parkeersessies. De gedaagde partij heeft herhaaldelijk gebruikgemaakt van deze app, maar heeft de betalingen gestorneerd. Q-Park vordert betaling van meer dan € 800 aan achterstallige parkeerkosten en € 346,95 aan schadevergoeding. De kantonrechter heeft een groot deel van de vordering toegewezen, maar heeft ook ambtshalve de naleving van consumentenbeschermende bepalingen beoordeeld. De kantonrechter concludeert dat de gedaagde partij niet voldoende is geïnformeerd over het herroepingsrecht, wat leidt tot een vermindering van de betalingsverplichting met 20%. De kantonrechter heeft ook de algemene voorwaarden beoordeeld en vastgesteld dat deze niet onredelijk bezwarend zijn voor de gedaagde partij. Uiteindelijk is de gedaagde partij veroordeeld tot betaling van € 923,64 aan Q-Park, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 11246807 UC EXPL 24-5234 CD/942
Verstekvonnis van 24 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
Q-Park Operations Netherlands B.V.,
gevestigd in Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen:
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.Het verloop van de procedure na het tussenvonnis van 26 februari 2025

1.1.
Na het tussenvonnis van 26 februari 2025 heeft de eisende partij nog een akte in het geding gebracht.
1.2.
Daarop volgt nu dit vonnis.

2.De kern van de zaak

2.1.
De eisende partij (hierna: Q-Park) heeft een parkeer-app ontwikkeld, waarmee consumenten kunnen betalen voor parkeersessies, zowel in parkeergarages als bij betaald-parkeerzones aan de kant van de weg. De gedaagde partij heeft herhaaldelijk gebruikgemaakt van de parkeer-app, maar heeft de betalingen vervolgens steeds gestorneerd. Volgens Q-Park leidt stornering in beginsel tot blokkering van de app, maar heeft de gedaagde partij een manier ontdekt om die blokkering te omzeilen. Zij vordert dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt om alsnog meer dan € 800,00 aan achterstallige parkeerkosten te betalen en € 346,95 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en met een vergoeding voor gemaakte kosten. De kantonrechter wijst een groot deel van de vordering toe.

3.Consumentenovereenkomsten, ambtshalve consumentenbescherming

3.1.
In het tussenvonnis van 26 februari 2025 is al overwogen dat na registratie in de parkeer-app een raamovereenkomst tot stand komt en na iedere aanmelding voor een parkeersessie een afzonderlijke parkeerovereenkomst, op grond waarvan tegen betaling kan worden geparkeerd. Ook is daarin overwogen dat zowel de raamovereenkomst als iedere afzonderlijke parkeerovereenkomst een consumentenovereenkomst is, waarop consumentenbeschermende bepalingen van toepassing zijn, en dat sommige consumentenbeschermende bepalingen zo belangrijk worden gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook zonder dat de consument daarom vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Daartoe behoren bepalingen over informatie die aan consumenten moet worden verstrekt en over de inhoud van algemene voorwaarden.
Ambtshalve consumentenbescherming, naleving informatieplichten
3.2.
Zowel de raamovereenkomst als de afzonderlijke parkeerovereenkomsten zijn overeenkomsten op afstand, waarop de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. Op grond daarvan moet een handelaar vóór een overeenkomst tot stand komt allerlei in de genoemde artikelen beschreven informatie aan een consument verstrekken, opdat die consument geïnformeerd kan beslissen of hij de betreffende overeenkomst onder de aangeboden voorwaarden wenst te sluiten. Ná de totstandkoming van een overeenkomst moet alle op voorhand verstrekte informatie ook nog op een duurzame gegevensdrager aan de consument worden bevestigd, opdat die desgewenst op een later moment kan worden geraadpleegd. [1] Een aantal informatieplichten wordt essentieel geacht. Dat zijn de informatieplichten waarvan de kantonrechter ambtshalve moet beoordelen of die zijn nageleefd. [2] Q-Park moet daarom stellen en onderbouwen dat en hoe zij dit heeft gedaan.
3.3.
De kantonrechter zal eerst beoordelen of Q-Park bij het sluiten van de raamovereenkomst de toepasselijke essentiële informatieplichten heeft nageleefd.
3.4.
Q-Park heeft printscreens overgelegd. Daaruit blijkt dat zij consumenten zoals de gedaagde partij er tijdens het bestelproces op wijst dat op de parkeer-appovereenkomst ‘gebruiksvoorwaarden van de Q-Park app’ (hierna: gebruiksvoorwaarden) en de ‘algemene voorwaarden parkeren Q-Park’ (hierna: parkeervoorwaarden) van toepassing zijn. Consumenten moeten tijdens het bestelproces een vinkje zetten om aan te geven dat zij zich, als zij een overeenkomst met Q-Park sluiten, akkoord verklaren met de toepasselijkheid van de gebruiksvoorwaarden en de parkeervoorwaarden. Die voorwaarden zijn in dit precontractuele stadium door middel van een hyperlink in het bestelproces te raadplegen. Deze manier van precontractuele informatieverstrekking voldoet aan de wettelijke eisen. [3] Aldus neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat Q-park de gedaagde partij vóór het sluiten van de raamovereenkomst voldoende duidelijk heeft geïnformeerd over de onderwerpen die in deze gebruiksvoorwaarden en parkeervoorwaarden zijn beschreven.
3.5.
Een en ander leidt tot de conclusie dat voorafgaand aan het sluiten van de raamovereenkomst de belangrijkste informatie is verstrekt. De kantonrechter kan alleen niet vaststellen dat de gedaagde partij vóór het sluiten van de raamovereenkomst ook is geïnformeerd over het recht om de raamovereenkomst te herroepen. [4] Dat had wel gemoeten, maar in de voorwaarden is daarover niets bepaald en gesteld noch gebleken is dat de gedaagde partij daar op een andere manier over is geïnformeerd.
3.6.
Als gezegd moet alle op voorhand verstrekte informatie ook nog op een duurzame gegevensdrager worden bevestigd. De kantonrechter begrijpt dat de gebruiksvoorwaarden en de parkeervoorwaarden (en een privacy statement) zijn opgenomen in de Q-Park App waar zij blijvend door de gedaagde partij kunnen worden geraadpleegd – en dat Q-Park de opgenomen documenten niet eenzijdig kan wijzigen. [5] Aldus neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat de in deze voorwaarden beschreven informatie is bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Aldus komt de kantonrechter ook met betrekking tot de bevestiging op een duurzame gegevensdrager tot de conclusie dat de gedaagde partij bij het sluiten van de raamovereenkomst over de belangrijkste onderwerpen is geïnformeerd, behalve over het herroepingsrecht.
3.7.
Ook met betrekking tot de afzonderlijke parkeerovereenkomsten moet Q-Park informatieplichten naleven en moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of een aantal essentieel geachte informatieplichten is nageleefd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat dit het geval is. [6] Daartoe is onder andere relevant dat veel essentieel geachte informatie is opgenomen in de gebruiksvoorwaarden en parkeervoorwaarden (die in de Q-Park App zijn opgenomen) en dat uit de Q-Park App duidelijk blijkt hoeveel een concrete parkeersessie in een bepaalde parkeerzone kost.
3.8.
Omdat niet is komen vast te staan dat de gedaagde partij vóór en/of na het sluiten van de raamovereenkomst is geïnformeerd over het herroepingsrecht, is een sanctie op zijn plaats. Onder verwijzing naar de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten, te vinden op rechtspraak.nl, vermindert de kantonrechter de betalingsverplichting van de gedaagde partij met 20%. Hierna (in paragraaf 4 van dit vonnis) zal worden beoordeeld waar dit toe zal leiden, maar eerst zal de kantonrechter de algemene voorwaarden beoordelen.
Ambtshalve consumentenbescherming, inhoud algemene voorwaarden
3.9.
De kantonrechter moet ook – en ook dat is in het tussenvonnis van 26 februari 2025 al overwogen – ambtshalve beoordelen of in de toepasselijke algemene voorwaarden (lees: de gebruiksvoorwaarden en parkeervoorwaarden) bedingen staan die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.
3.10.
Algemene voorwaarden zijn afspraken die de eisende partij standaard bedingt, die niet de kern van de rechten en verplichtingen van partijen bevatten en waarmee de gedaagde partij heeft moeten instemmen, zonder dat partijen daarover hebben onderhandeld. De gedaagde partij heeft daardoor geen invloed kunnen hebben op de inhoud ervan (en kent die inhoud misschien niet eens). Daarom moet de kantonrechter de gedaagde partij indien nodig ambtshalve beschermen.
3.11.
De ambtshalve toets strekt zich niet uit tot de kern van de verplichtingen van partijen, omdat de gedaagde partij geacht moet worden daar bewust mee te hebben ingestemd – tenzij de betreffende bedingen niet duidelijk en niet begrijpelijk zijn, waardoor de gedaagde partij alsnog niet wist waar hij mee instemde.
3.12.
Tot die kernverplichtingen behoort ook de verplichting van de gedaagde partij om voor de parkeersessies te betalen – daar heeft de kantonrechter in beginsel dus geen ambtshalve taak. Uit het betreffende beding in artikel 6.1 van de algemene voorwaarden blijkt weliswaar niet om welke bedragen het gaat, maar omdat de gedaagde partij voor elke individuele parkeersessie in de Q-Park App steeds duidelijk is geïnformeerd over de met een parkeersessie gemoeide prijs, en geacht moet worden daar door het starten van de afzonderlijke parkeersessies ook steeds bewust mee te hebben ingestemd, kan toch niet worden geoordeeld dat de gedaagde partij zou hebben gedwaald over de omvang van zijn betalingsverplichting. Daarom is van een onredelijk bezwarend beding als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW geen sprake.
3.13.
Met betrekking tot de bedingen over schadevergoeding heeft de kantonrechter in het tussenvonnis al het een en ander overwogen, maar Q-Park heeft op haar beurt voldoende toegelicht dat haar werkelijke schade groter is dan de bedongen en gevorderde vergoeding. Aldus is de kantonrechter van oordeel dat de bedongen schadevergoeding in de context van deze procedure (met gestorneerde betalingen voor parkeersessies, waarmee de gedaagde partij Q-Park bewust om de tuin heeft geleid) niet onredelijk bezwarend is.
3.14.
Met betrekking tot de bedongen incassokostenvergoeding is in het tussenvonnis al overwogen dat (en waarom) die onredelijk bezwarend is. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daarop terug te komen. Het beding in artikel 8.2 van de algemene voorwaarden wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op de vergoeding voor gemaakte incassokosten en kan daarom geen grondslag vormen voor toewijzing van de gevorderde vergoeding.

4.De beoordeling van de vordering door de kantonrechter

4.1.
Q-Park vordert dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om € 807,60 aan achterstallige parkeerkosten te betalen, € 346,95 aan schadevergoeding en € 173,18 aan incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente.
4.2.
Ambtshalve toetsing leidt tot de conclusie dat het incassokostenbeding moet worden vernietigd. Als gevolg daarvan heeft Q-Park geen recht op vergoeding van gemaakte incassokosten. Een aanleiding voor ambtshalve vernietiging van het beding over de betaling van de parkeerkosten en van de schadevergoedingsbedingen ontbreekt. Aldus resteert 80% van de parkeerkosten (80% van € 807,60 = € 646,08) en van de schadevergoeding (80% van € 346,95 = € 277,56), vermeerderd met wettelijke rente. De kantonrechter zal dit deel van de vordering, dat hem overigens niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, toewijzen, in die zin dat de wettelijke rente over de parkeerkosten zal worden toegewezen vanaf de respectieve data van stornering van de afzonderlijke parkeersessies en over de schadevergoeding vanaf datum dagvaarding.
4.3.
De gedaagde partij krijgt grotendeels ongelijk en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 328,00
- salaris gemachtigde € 135,00 (1 punt x tarief € 135,00)
- nakosten
€ 67,50(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 644,04

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de gedaagde partij tegen bewijs van kwijting € 923,64 aan Q-Park te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 646,08 vanaf de respectieve data van stornering van de afzonderlijke parkeersessies tot de voldoening en met de wettelijke rente over € 277,56 vanaf 23 juli 2024 tot de voldoening;
5.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 644,04, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van
de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:230v lid 7 BW.
2.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
3.HvJ EU 24 februari 2022, ECLI:EU:C:2022:112.
4.Het herroepingsrecht is vastgelegd in artikel 6:230o BW; de informatieplicht ten aanzien van het herroepingsrecht blijkt uit artikel 6:230m lid 1 onder h BW.
5.HvJ EU 25 januari 2017, ECLI:EU:C:2017:38, punt 38.
6.De kantonrechter is van oordeel dat uit artikel 6:230p onder e BW volgt dat consumenten geen recht toekomt om afzonderlijke parkeerovereenkomsten (met betrekking tot het parkeren bij een parkeeraccommodatie) te herroepen.