ECLI:NL:RBMNE:2025:7243
Rechtbank Midden-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve toetsing van een kinderopvangovereenkomst in verstek met betrekking tot het herroepingsrecht
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 17 december 2025 een verstekvonnis gewezen in een geschil tussen een besloten vennootschap, eiseres, en een gedaagde partij die niet is verschenen. De eiseres had een kinderopvangovereenkomst gesloten met de gedaagde partij, waarbij de eiseres tegen betaling opvang verleende aan het minderjarige kind van de gedaagde. De gedaagde partij heeft echter niet betaald, wat leidde tot de beëindiging van de overeenkomst. De eiseres vorderde betaling voor de verleende opvang, maar de kantonrechter wees deze vordering af. De reden hiervoor was dat de eiseres de gedaagde partij niet had geïnformeerd over het herroepingsrecht, wat een essentiële informatieplicht is bij overeenkomsten op afstand. De kantonrechter oordeelde dat, omdat de gedaagde partij niet was geïnformeerd over het herroepingsrecht, de herroepingstermijn was verlengd. Dit betekende dat de gedaagde partij geen kosten hoefde te betalen voor de opvang die tijdens deze verlengde herroepingstermijn was verleend. De kantonrechter concludeerde dat de vordering van de eiseres om betaling af te wijzen was, en dat de eiseres de proceskosten moest vergoeden, die op nihil werden begroot omdat de gedaagde partij verstek had laten gaan.