ECLI:NL:RBMNE:2025:7353

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11031880
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • V.C. Jorna
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve sanctie vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €350 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 18 oktober 2022 te Lelystad. Na handhaving van deze sanctie door de officier van justitie, stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 17 november 2025 lichtte de gemachtigde en de bestuurder hun standpunten toe. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat betrokkene de telefoon vasthield, ondanks de stelling dat de telefoon alleen voor navigatie werd gebruikt en niet bediend werd.

De kantonrechter volgde de jurisprudentie waarin het begrip vasthouden ruim wordt uitgelegd en stelde vast dat fysiek ingrijpen door betrokkene aanwezig was. Wel werd de sanctie met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50.

Uitkomst: Sanctie wegens vasthouden mobiele telefoon bevestigd maar met 25% gematigd wegens termijnoverschrijding en proceskosten toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Lelystad
zaaknummer: 11031880 LM VERZ 24-220
CJIB-nummer: 253196526
beslissing van de kantonrechter en proces-verbaal van de zitting van 17 november 2025
inzake

[betrokkene] B.V., te [postcode] [plaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: M. Lagas.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 350,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 18 oktober 2022 om 15:31 uur te Lelystad met de bedrijfsauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden.
Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 17 november 2025 hun zienswijze nader toe te lichten. Gemachtigde, mevrouw [persoon2] , en de bestuurder van het voertuig, de heer [persoon1] , zijn verschenen. Namens de officier van justitie is geen zittingsvertegenwoordiger verschenen.
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. In aanvulling op het beroepschrift heeft gemachtigde ter zitting aangegeven dat de redelijke termijn is overschreden.
De heer [persoon1] heeft ter zitting toegelicht dat de nieuwe vrachtwagens software problemen hadden waardoor de navigatie niet werkte. De heer [persoon1] gebruikte zijn telefoon alleen voor navigatie. Volgens meneer [persoon1] lag de telefoon op het stuur, de duim van zijn linkerhand op de hoes van de telefoon, zijn rechterhand op schoot en werd de telefoon niet bediend.
De zittingsvertegenwoordiger is niet verschenen en heeft schriftelijk het standpunt ingediend dat op de foto in het dossier duidelijk te zien is dat de bestuurder tijdens het rijden een telefoon met een klaphoesje in zijn hand heeft en de gedraging dan ook kan worden vastgesteld. Verder stelt de zittingsvertegenwoordiger zich op het standpunt dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en de sanctie daarom moet worden gematigd met 25%.

Beoordeling

De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is verricht en overweegt daartoe als volgt.
In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht. In de toelichting verklaart de verbalisant dat: “de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken.”
In zaken op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
Daar is in deze zaak geen sprake van. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden.
De betrokkene heeft aangegeven dat hij het toestel enkel heeft gebruikt voor de navigatie. In eerdere jurisprudentie van het Hof met betrekking tot het begrip vasthouden zijn daar verschillende vormen van het gebruik van een mobiele telefoon onder gebracht, waaronder het tussen de handen op het stuur laten staan van een telefoon (ECLI:NL:GHARL:2021:11673).
Het Hof wijst in voornoemd arrest naar de wetsgeschiedenis: “De Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het RVV 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer in: ‘Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets vormt een gevaar voor de verkeersveiligheid.’ De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon. (...)
In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende redenen te geven. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. (...). 8. Uit de inhoud van de Nota van Toelichting volgt dat het begrip vasthouden in de zin van artikel 61a RVV 1990, met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd.”
In het arrest van het Hof van 23 september 2025 wordt bovenstaande lijn herhaald, waarbij het Hof het van belang acht dat de mobiele telefoon niet uit zichzelf in dezelfde positie bleef tijdens het rijden, maar uitsluitend door enige vorm van fysiek ingrijpen van de bestuurder van het voertuig. (ECLI:NL:GHARL:2025:5806). Ook in deze zaak is sprake van fysiek ingrijpen doordat de betrokkene met zijn vinger(s) (enige) druk uitoefent om de telefoon in positie te houden. Dat de betrokkene de telefoon enkel gebruikte voor de navigatie, is daarbij niet relevant.
Op basis van het voorgaande stelt de kantonrechter dat de sanctie terecht is opgelegd. Wel is er reden om de sanctie te matigen. Dit wordt hieronder nader toegelicht.
Schending redelijke termijn
De kantonrechter stelt vast dat de redelijke termijn in deze zaak is overschreden. In lijn met vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de kantonrechter van oordeel dat het sanctiebedrag dient te worden gematigd met 25% (ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
Proceskostenvergoeding
Nu de kantonrechter de inleidende beschikking wijzigt op het punt van de hoogte van het sanctiebedrag is er aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding. De proceskosten in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden, komen voor vergoeding in aanmerking (ECLI:NL:GHARL:2023:7486).
Proceskosten beroepsfase
De kantonrechter zal 1 punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en 1 punt toekennen voor het bijwonen van de zitting bij de kantonrechter. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toe. De kantonrechter veroordeelt de officier van justitie tot vergoeding van de proceskosten in de fase bij de kantonrechter tot een bedrag van
€ 453,50(2 x € 907,00 x 0,25).
Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep
  • wijzigtde beslissing van de officier van justitie;
  • wijzigtde inleidende beschikking;
  • stelt het bedrag van de administratieve sanctie op
  • bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het teveel betaalde teruggeeft;
  • veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van
Deze beslissing is genomen door mr. V.C. Jorna, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
W.D. van der Laan mr. V.C. Jorna
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: