ECLI:NL:RBMNE:2025:7502
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag wegens geen aanvragerstoestand
Eiser heeft zich in 2021 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Dienst Toeslagen wees dit verzoek af omdat eiser niet als aanvrager van kinderopvangtoeslag kon worden aangemerkt. Na een integrale herbeoordeling bleef dit standpunt gehandhaafd. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de rechtbank concludeert dat het bezwaar terecht was gericht tegen het besluit van de integrale herbeoordeling.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet in aanmerking komt voor compensatie omdat hij zelf nooit formeel aanvrager van de kinderopvangtoeslag was, ondanks dat hij mogelijk de formulieren invulde met het sofinummer van zijn ex-partner. De ex-partner wordt formeel als aanvrager beschouwd. De rechtbank wijst ook op de ex-toeslagpartnerregeling, maar stelt dat de termijn voor aanmelding is verstreken en dat dit buiten de huidige procedure valt.
Hoewel eiser zich in een schrijnende situatie bevindt, kan hij op grond van artikel 2.1 van de Wht en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen beroep doen op de hardheidsclausule. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar veroordeelt Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser geen formele aanvrager van kinderopvangtoeslag is en daardoor geen recht heeft op compensatie.