De eiser, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, vordert betaling van achterstallig loon, wettelijke verhogingen, transitievergoeding, beslagkosten en proceskosten van de gedaagde partij. De arbeidsovereenkomst liep van oktober 2022 tot oktober 2024, waarbij de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijven van toepassing was. Vanaf maart 2024 heeft de gedaagde het loon en vakantiegeld niet volledig betaald, waarop de eiser de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.
De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter acht de vorderingen gegrond, gelet op de overgelegde stukken en het ontbreken van verweer. De loonvordering wordt verminderd met een gedeeltelijke betaling van €3.000,- en de wettelijke verhoging van 50% wordt toegewezen. Tevens wordt de transitievergoeding toegekend wegens ernstig verwijtbaar handelen van de gedaagde.
Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot het verstrekken van een eindafrekening en salarisspecificaties, het doen van correcte loonaangifte, en betaling van beslagkosten en proceskosten. Voor het niet nakomen van deze verplichtingen zijn dwangsommen opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 17 januari 2025 in het openbaar uitgesproken.