Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- UTR 25/2443 (verhoogde last onder dwangsom [eiseres 1] B.V.);
- UTR 25/2444 (verhoogde last onder dwangsom [eiseres 2] B.V.);
- UTR 25/2440 en UTR 25/2446 (invorderingsbesluiten [eiseres 1] B.V.);
- UTR 25/2442 en UTR 25/2447 (invorderingsbesluiten [eiseres 2] B.V.)
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaken tussen
[eiseres 1] B.V. en [eiseres 2] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseressen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college
Waar gaat de zaak over?
Procesverloop
- verzoeksters met instemming van het college rechtstreeks beroep zullen instellen;
- de rechtbank de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) zal vragen om advies uit te brengen.
3 juli 2025 een onderzoek ter zitting plaatsgevonden. De rechtbank heeft op 23 juli 2025 een tussenuitspraak gedaan [2] (de tussenuitspraak) waarin zij:
- de STAB de opdracht heeft gegeven om een nader advies uit te brengen;
- de verhoogde lasten onder dwangsom heeft geschorst tot de datum van de (eind)uitspraak van de rechtbank.
1 augustus 2025 ingebracht. Op 1 september 2025 heeft Peutz schriftelijk vragen van de STAB beantwoord. Op 24 september 2025 heeft de STAB een conceptadvies naar partijen gestuurd. Eiseressen en het college hebben hier op 8 oktober 2025 op gereageerd. Het college heeft bij zijn reactie een brief van het Landelijk Expertiseteam Industriële Veiligheid van 6 oktober 2025 gevoegd.
ir. [C] als (partij)deskundige namens Peutz. Namens het college zijn verschenen de gemachtigde, dhr. [D] , toezichthouder bij de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (Omgevingsdienst), dhr. [E] , specialist externe veiligheid bij de Omgevingsdienst en dhr. [F] , in dienst bij de brandweer. Verder is namens OG Clean Fuels verschenen mr. [G] , gemachtigde. Namens de STAB zijn ing. [H] en mr. [I] op de zitting verschenen. Het onderzoek is op de zitting gesloten.
Overwegingen
3 juli 2025 toegelicht dat het principe van de bufferopslag met afblaasvoorzieningen op basis van druk en temperatuur als een gelijkwaardige maatregel zou kunnen worden aangemerkt.
CNG-bufferopslag in dit geval niet als een gelijkwaardige maatregel kan worden aangemerkt.
andere(gelijkwaardige) preventieve maatregel gerealiseerd in de CNG-bufferopslag. Het systeem van afblazen op basis van druk en temperatuur zijn volgens het college repressieve of mitigerende maatregelen om de gevolgen van een ongewenste situatie: het vrijkomen van het gas, te beperken. Met het systeem van afblaasvoorzieningen kan volgens het college dus nimmer een gelijkwaardig resultaat worden bereikt. Daarbij wijst het college er op dat het treffen van een afblaasvoorziening reeds is vereist op basis van voorschrift 7.3.2 van de PGS-richtlijn. Het ontbreken van een gelijkwaardige maatregel voor de brandwerendheid van de bufferopslag zal betekenen dat de temperatuur in de bufferopslag sneller (dan in 60 minuten) zal oplopen, waardoor de afblaasvoorzieningen eerder in werking zullen treden en waardoor sprake kan zijn van escalatie, voordat de brandweer ter plaatse is. Daarmee wordt een nieuw gevaar geïntroduceerd. Het college heeft in dit verband ook gewezen op de brief van Landelijk Expertisecentrum Industriële Veiligheid (LEC IV) van 6 oktober 2025 die het concept-verslag van de STAB heeft beoordeeld en het standpunt van het college deelt. Het college is het niet eens met de conclusies van de STAB in het definitieve verslag dat het risico door het afblazen van het aardgas aanpassing van de situering van de afblaasventielen gemitigeerd kan worden. Deze conclusies van de STAB zijn niet opnieuw aan het LEC IV voorgelegd.
Beoordeling rechtbank
bijlagen 1 en 2bij deze uitspraak gevoegd.
STAB-advies niet aan haar oordeelsvorming ten grondslag te leggen.
- de CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen als principe kan voldoen aan het doel van de maatregelen in voorschrift 5.1.1 van de PGS-richtlijn;
- met het intermitterend afblazen van het aardgas op basis van druk bij een externe brand mogelijk een nieuw risico op een fakkelbrand wordt geïntroduceerd. Niet is uitgesloten dat het afgeblazen aardgas in direct (vlam)contact komt met de externe brand;
- dit risico volledig kan worden gemitigeerd door de feitelijke situatie rondom de CNG-bufferopslag en de plaats en hoogte van de afblaasventielen aan te passen conform bijlagen 1 en 2 bij deze uitspraak;
- indien de CNG-bufferopslag hiermee in overeenstemming wordt gebracht, deze als een gelijkwaardige maatregel kan worden aangemerkt als bedoeld in artikel 4.486 van het Bal.
CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen als principe af te wijzen, zijn de verhoogde lasten onder dwangsommen gebrekkig. Wat dit concreet voor consequenties heeft voor deze opgelegde lasten, wordt na het bespreken van de overige beroepsgronden toegelicht.
[eiseres 1] B.V. hebben geen zeggenschap en kunnen de overtreding niet beëindigden zodat zij ten onrechte als overtreder zijn aangeschreven.
nietaan beide rechtspersonen kan worden toegerekend, heeft het college deze rechtspersonen als overtreder kunnen aanmerken. De beroepsgrond faalt.
18 maart 2025 de verbeurde dwangsommen van eiseressen ingevorderd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
of de directe omgeving van de CNG-bufferopslag en de afblaasventielen van de CNG-bufferopslag in overeenstemming te brengen met de overzichtstekeningen, gevoegd als bijlagen 1 en 2 bij deze uitspraak.
De begunstigingstermijn bedraagt acht weken na verzenddatum van de uitspraak. Voor elke twee weken dat de overtreding voortduurt, verbeurt u weer een dwangsom van € 11.250,-. Het maximum te verbeuren dwangsombedrag is € 25.000,-.