ECLI:NL:RBMNE:2026:1377
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens te late beslissing op verzoek herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA
Eiser heeft in september 2024 een verzoek tot herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid ingediend bij het UWV, dat dit verzoek op 21 oktober 2024 ontving. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat niet in geschil is. Eiser stelde het UWV met een brief van 28 november 2025 formeel in gebreke, wat door de rechtbank als een geldige ingebrekestelling wordt aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing moet nemen op het verzoek van eiser. Dit is een afwijking van de standaardtermijn van twee weken, vanwege de omstandigheden en het feit dat de verzekeringsarts nog niet in de gelegenheid was het verzoek binnen de normale termijn af te handelen.
Daarnaast wordt verweerder verplicht een dwangsom van € 100 per dag te betalen voor elke dag dat de beslissing langer uitblijft, met een maximum van € 15.000. Verweerder moet ook het griffierecht van € 53 en proceskosten van € 467 aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink en griffier I. van Ittersum op 24 februari 2026.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twee maanden alsnog beslissen op het verzoek tot herbeoordeling en een dwangsom betalen bij overschrijding.