Verzoekers, woonachtig in een woning en een wisselwoning vanwege herstelwerkzaamheden, verzochten de rechtbank om een voorlopige voorziening die de ontruiming van hun woningen wegens huurachterstand door Stichting Dudok Wonen en KVN Gerechtsdeurwaarders zou verbieden. De kantonrechter had eerder ontruiming toegestaan, maar had geen rekening gehouden met de belangen van de minderjarige kinderen van verzoekers.
De rechtbank overweegt dat op grond van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad de belangen van kinderen bij ontruimingen meegewogen moeten worden. Verzoekers zijn bezig met een minnelijke schuldregeling en staan onder bewind, en de lopende huur wordt inmiddels voldaan. Dudok stelt daartegenover dat verzoekers de woningen onrechtmatig bezetten, financiële onduidelijkheden vertonen en onnodige uitgaven doen.
De rechtbank acht het belang van de jonge kinderen zwaarwegend en wijst het verzoek gedeeltelijk toe door de ontruiming voor twee maanden op te schorten, onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Dit geeft verzoekers de gelegenheid hun schuldenregeling voort te zetten. De beslissing tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt aangehouden voor een nader moment.