Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1631

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/6558
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 1:2 AwbArt. 3:9 AwbArt. 5.7 OmgevingswetArt. 4.8 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor kap van drie bomen in Utrecht

De gemeente Utrecht heeft een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van drie bomen ten behoeve van de herinrichting van de Weerdsingel Oostzijde. Zeven van de acht eisers werden door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervinden van de kap, gelet op afstand en gebrek aan zicht op de bomen.

De achtste eiser, die binnen 80 meter van de kaplocatie woont en zicht heeft op een van de bomen, werd wel ontvankelijk verklaard. Deze eiser voerde aan dat de bomen ecologische, milieu- en cultuurhistorische waarde hebben en dat het participatieproces onbevredigend was verlopen.

De rechtbank oordeelde dat het college terecht is uitgegaan van de adviezen van een boomtechnisch adviseur en een ecologisch adviesbureau, die concludeerden dat de bomen geen bovengemiddelde waarde hebben en dat het kappen geen risico vormt voor beschermde flora en fauna. De herplantplicht van zes bomen weegt zwaarder dan de waarden van de te kappen bomen.

Het participatieproces, hoewel door eiser als onbevredigend ervaren, vormt geen grond voor vernietiging van het besluit. Het beroep van de achtste eiser is ongegrond en de omgevingsvergunning blijft ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het beroep van zeven eisers is niet-ontvankelijk en het beroep van de achtste eiser ongegrond verklaard; de omgevingsvergunning voor het kappen van drie bomen blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6558

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[eiser 1],
[eiser 2],
[eiser 3],
[eiser 4],
[eiser 5],
[eiser 6]¸
[eiser 7],
[eiser 8],
allen uit [plaats] , eisers,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht(het college), verweerder
(gemachtigde: mr. S. Silbermann).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
de gemeente Utrecht, vergunninghouder
(gemachtigde: R. Spriensma).

Inleiding

1.1.
De gemeente Utrecht (de gemeente) is voornemens de Weerdsingel Oostzijde (OZ) anders in te richten dan nu het geval is. De gemeente wil daarbij de bestaande rotonde bij de Noorderbrug verwijderen en op die locatie een kruising realiseren. Om dit mogelijk te kunnen maken, moeten drie bomen worden gekapt. Het gaat om de kap van een zure kers en een winterbloeiende kers ter plaatse van de huidige rotonde en een atlasceder die midden op de rotondetuin staat. Voor die drie bomen heeft het college aan de gemeente een omgevingsvergunning (de omgevingsvergunning) verleend. Daarin is de voorwaarde opgenomen dat de gemeente binnen drie jaar zes bomen aan de Weerdsingel herplant conform de op de bij de omgevingsvergunning horende herplanttekening.
1.2.
Eisers zijn het niet eens met de omgevingsvergunning en hebben hiertegen bezwaar gemaakt bij het college. Met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 heeft het college op deze bezwaren beslist en de omgevingsvergunning ongewijzigd in stand gelaten.
1.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak [1] gedaan en het verzoek afgewezen, omdat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbrak. De gemeente heeft op de zitting van de voorzieningenrechter toegelicht dat de bomen niet eerder dan in september 2026 zullen worden gekapt.
1.5.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen het bestreden besluit. Eisers hebben het beroep aangevuld op 9 december 2025. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 6] , de gemachtigde van het college en de gemachtigde van de gemeente.

Beoordeling door de rechtbank

Ontvankelijkheid van het beroep
2. De rechtbank moet voordat zij een beroep in behandeling neemt eerst ambtshalve beoordelen of dat beroep ontvankelijk is. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep voor zover dat is ingediend door de eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 6] en [eiser 7] niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Alleen een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. [2] Een belanghebbende is degene van wie zijn of haar belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. [3] Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende.
4. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit – dat is in dit geval het kappen van de drie bomen – die de omgevingsvergunning toestaat, is in beginsel belanghebbende bij de omgevingsvergunning. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Uit vaste rechtspraak [4] volgt dat de rechtbank om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, moet kijken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. De rechtbank bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
5. Op de zitting heeft de rechtbank met partijen vastgesteld dat de afstand tussen de percelen van de onder 2 genoemde eisers en de bomen die met de omgevingsvergunning gekapt mogen worden meer dan 100 meter bedraagt. Deze afstand tussen de percelen van eisers en de bomen is niet zo kort dat eisers reeds daarom belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit. Ook is op de zitting vastgesteld dat deze eisers vanaf hun percelen geen zicht hebben op de bomen. Naar het oordeel van de rechtbank ondervinden deze eisers vanwege de afstand en het ontbreken van zicht op de bomen geen gevolgen van enige betekenis door de kap van de bomen. Dat zij allen aan de Weerdsingel OZ wonen is hiervoor onvoldoende. Dat onderscheidt hen onvoldoende van anderen om een persoonlijk en rechtstreeks belang bij het kappen van de bomen te hebben.
6. De rechtbank zal het beroep van deze eisers daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser [eiser 8]
7. Eiser [eiser 8] woont op een afstand van minder dan 80 meter vanaf de rotonde waar de drie bomen zullen worden gekapt. Hij heeft vanuit zijn woning in ieder geval zicht op de atlasceder die midden op de rotondetuin staat. Naar het oordeel van de rechtbank zal hij daarom wel gevolgen van enige betekenis van de kap van de bomen ondervinden en dus is hij wel belanghebbende bij de omgevingsvergunning. Daarom zal de rechtbank het beroep hierna wel inhoudelijk beoordelen. Eiser [eiser 8] wordt hierna kortweg aangeduid als eiser.
Wat beoordeelt de rechtbank?
8. Het college heeft voor de herinrichting van de rotonde meerdere besluiten genomen. Eisers zijn het ook met die besluiten niet eens en daarover lopen afzonderlijke procedures. De rechtbank stelt bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep voorop dat de zaak waar deze procedure over gaat alleen ziet op het besluit van het college op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het kappen van drie bomen, de omgevingsvergunning. Dit betekent dat de rechtbank alleen over dat besluit in deze uitspraak een oordeel kan geven.
9. De gemeente mag als aanvrager van de benodigde omgevingsvergunningen voor elke activiteit afzonderlijk een aanvraag indienen en mag daarbij zelf kiezen in welke volgorde hij dit doet. [5] De rechtbank moet het besluit van het college op een aanvraag beoordelen aan de hand van het voor die activiteit geldende toetsingskader. De rechtbank zal in deze uitspraak daarom geen oordeel geven over de beroepsgronden van eiser die over andere activiteiten dan het kappen van de drie bomen gaan.
Het toetsingskader
10. Het college kan een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom weigeren, dan wel de omgevingsvergunning onder voorschriften verlenen in het belang van ecologische waarde, ruimtelijke waarde, milieuwaarde en de cultuurhistorische waarde. Ook kan het college de boomwaarde als motivering bij het te nemen besluit op de aanvraag hanteren. [6]
Beoordeling aan de hand van het toetsingskader
11. Eiser voert aan dat de bomen die gekapt worden ecologische waarde hebben voor vleermuizen en milieuwaarde hebben vanwege het CO2 absorptievermogen, fijnstoffiltering, waterabsorptie en koelvermogen en dat de atlasceder ook ruimtelijke/cultuurhistorische waarde heeft, omdat deze boom een icoon en landmark voor de hele wijk is. Volgens eiser zou de boomwaarde anders berekend moeten worden. Ten slotte voert eiser aan dat het participatieproces onbevredigend is verlopen. De gemeente heeft te weinig met de uitkomsten daarvan gedaan.
12. De rechtbank stelt vast dat de verschillende waarden van de te kappen bomen zijn beoordeeld door de boomtechnisch adviseur van het college en dat het ecologisch adviesbureau [naam] een Quickscan heeft uitgevoerd om te beoordelen of het kappen van de bomen een risico vormt voor beschermde flora & fauna.
13. Volgens de boomtechnisch adviseur maken de bomen deel uit van de gemêleerde bomenstructuur langs de Weerdsingel. Deze structuur heeft een verbindend karakter. Deze groene verbinding blijft nadat de drie bomen zijn verwijderd, maar zes nieuwe bomen zijn herplant, bestaan. De atlasceder heeft vanwege zijn standplaats midden op de rotonde en als naaldboom met blauwe naalden een duidelijke ruimtelijke invloed op wijkniveau, de andere twee bomen niet. De bijdrage van de drie bomen aan de verbetering van de luchtkwaliteit en/of fijnstoffiltering is nagenoeg nihil te noemen, ook vanwege het grote aantal bomen in de directe omgeving. De bomen zijn van ondergeschikt belang ten aanzien van de hoge bebouwingdichtheid versus de hoeveelheid aanwezig groen. En ze hebben geen dempende werking op hinderlijke (monotone) geluiden van verkeer en/of industrie. Alle drie de bomen hebben volgens de boomtechtnisch adviseur geen historische betekenis.
14. De conclusie in de Quickscan is aangaande vleermuizen dat het kappen van de bomen niet leidt tot negatieve effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van de in het gebied aanwezige vleermuizen, mits lichtverstoring van de watergang en bomen wordt voorkomen.
15. Gelet op dat de bomen geen bovengemiddelde waarde vertegenwoordigen, het kappen van de bomen geen risico vormt voor beschermde flora & fauna en er zes bomen worden herplant, heeft het college besloten het belang bij de kap van de bomen te laten prevaleren boven de geconstateerde waarden van de bomen.
16. De rechtbank kan deze motivering van het bestreden besluit volgen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het college op grond van vaste rechtspraak [7] mag afgaan op het advies van een deskundige, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. [8] Wat eiser aanvoert geeft naar het oordeel van de rechtbank geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de adviezen, de begrijpelijkheid van de in de adviezen gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. Eigen waarnemingen van vleermuizen door eiser en/of zijn buren en persoonlijke beleving van bepaalde waarden van de bomen zijn daarvoor onvoldoende. Door eiser is geen contra-expertise in de vorm van een deskundig tegenadvies overgelegd. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang bij de kap van de drie bomen met daarbij een herplantplicht voor zes bomen zwaarder heeft laten wegen dan de niet bovengemiddelde waarden van de drie te kappen bomen.
17. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat de gemeente wel instrumenten voor participatie heeft ingezet. Dat het participatietraject in de beleving van eiser onbevredigend is verlopen is jammer. Maar dat de gemeente de reacties die tijdens het participatieproces zijn ingediend anders bij de planvorming heeft betrokken dan eiser graag had gezien of dat draagvlak in de buurt voor de plannen volgens eiser ontbreekt, levert geen grondslag op voor het college om de omgevingsvergunning te moeten weigeren. En het is voor de rechtbank ook geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen.

Conclusie en gevolgen

18. De conclusie van het voorgaande is dat het beroep van alle eisers, behalve dat van eiser [eiser 8] niet-ontvankelijk is. Het beroep van eiser [eiser 8] is ongegrond. Het bestreden besluit en dus ook de omgevingsvergunning blijven in stand. Dit betekent dat de drie bomen mogen worden gekapt en dat er zes bomen moeten worden herplant.
19. Omdat het beroep deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond is, krijgen eisers het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten, voor zover er door hen al kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking zouden komen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep:
- van de eisers [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] ,
[eiser 6] en [eiser 7] niet-ontvankelijk;
- van eiser [eiser 8] ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
4.De rechtbank verwijst bijvoorbeeld naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:561 en 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3193
5.Dit volgt uit artikel 5.7 van de Omgevingswet.
6.Artikel 4.8 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010.
7.De rechtbank verwijst bijvoorbeeld naar de uitspraak van de Afdeling van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:780 en 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4168.
8.Artikel 3:9 van Pro de Awb.