ECLI:NL:RBMNE:2026:1687
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling door UWV
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling. De aanvraag werd ontvangen op 7 april 2025, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Eiseres stuurde een ingebrekestelling op 7 augustus 2025, waarna zij op 2 februari 2026 beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat het UWV in gebreke is gebleven en bepaalt dat het alsnog binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt.
Verder veroordeelt de rechtbank het UWV tot betaling van de proceskosten van € 467,- aan eiseres, omdat zij een professionele juridische hulpverlener inschakelde, en tot vergoeding van het griffierecht van € 397,-. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 11 maart 2026.
Uitkomst: Het UWV moet binnen vier maanden alsnog een besluit nemen en een dwangsom betalen bij overschrijding.