Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1767

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/4067
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd

Eiseres, voormalig werknemer, vroeg een WIA-uitkering aan na twee jaar ziekte. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege haar klachten.

De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De verzekeringsarts had rekening gehouden met zowel psychische als lichamelijke klachten, waaronder een burn-out in remissie, artrose en chronische pijnklachten. De beperkingen waren vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd.

Eiseres kon niet met medische onderbouwing aantonen dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen of dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-aanvraag had afgewezen omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% lag. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4067

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. G.J.A.M. Gloudi),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: M. van Mourik).

Inleiding

Eiseres was voor haar werkloosheid werkzaam als [functie] bij [plaats] B.V. voor gemiddeld 39,77 uur per week. Op 21 november 2022 heeft zij zich voor dit werk ziek gemeld vanwege gezondheidsklachten. Na twee jaar ziekte heeft eiseres een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.
Met het besluit van 17 december 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat eiseres per 18 november 2024 minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet iemand minimaal 35% arbeidsongeschikt zijn.
Eiseres is het daar niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. Met het besluit van 17 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering in stand gelaten.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 11 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres was daarbij samen met haar gemachtigde aanwezig. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Waar gaat deze zaak over?

1. Deze zaak gaat over de vraag of eiseres recht heeft op een WIA-uitkering. Daarbij gaat het om de gezondheidssituatie van eiseres op 18 november 2024, dat is de beoordelingsdatum.
2. Het Uwv vindt dat eiseres geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zij op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het Uwv heeft zich hierbij gebaseerd op medisch en arbeidskundig onderzoek.
3. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij vindt dat de medische beoordeling inhoudelijk onjuist is en dat zij de geselecteerde functies niet kan verrichten.

Hoe toetst de rechtbank?

4. Aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht, moet de rechtbank beoordelen of het Uwv de WIA-aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Bij die beoordeling moet de rechtbank bekijken of het Uwv de regels uit de wet goed heeft toegepast. Daarbij is het zo dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, maar deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten de rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, mogen deze geen tegenstrijdigheden bevatten en moeten de daarin getrokken conclusies voldoende begrijpelijk zijn.
5. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die zijn opgesteld niet aan deze vereisten voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Bij de rechtbank werken namelijk geen artsen en de rechtbank kan zelf dus niet zomaar zeggen dat een verzekeringsarts een onjuiste medische conclusie heeft getrokken. Dit betekent dat hoe iemand zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.

Wat vindt eiseres?

6. Eiseres vindt dat haar beperkingen zijn onderschat. Daarbij stelt eiseres dat per beoordelingsdatum sprake is van een depressie die niet in remissie is. Voor de depressieve klachten is eiseres recent verwezen naar een psycholoog bij de GGZ. Verder voert eiseres aan dat er sprake is van chronische pijnklachten/gewrichtsklachten aan haar handen, vingers, elleboog, linker schouder en knieën die in toenemende mate optreden na jarenlang overbelasting. De combinatie van deze klachten brengt volgens eiseres beperkingen mee voor wat betreft werktijden, met name een urenbeperking alsmede beperkingen voor nachtdiensten en ploegendiensten. Daarnaast vindt eiseres dat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening is gehouden met de beperkingen als gevolg van haar voetklachten. Eiseres meent dat zij in de rubrieken staan en lopen verdergaand beperkt is. Eiseres stelt verder dat de geselecteerde functies voor haar niet passend zijn vanwege haar handbeperkingen. Ter onderbouwing van haar standpunten heeft eiseres verschillende medische stukken ingebracht.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Is de belastbaarheid juist vastgesteld?
7. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen reden om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist is. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat zij op de hoogte was van de door eiseres gestelde klachten en diagnoses, haar medische voorgeschiedenis en de beschikbare informatie uit de behandelende sector. Het is duidelijk dat eiseres psychische en lichamelijke klachten ondervindt. Op basis van de verkregen medische informatie, maar ook haar eigen onderzoeksbevindingen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar rapport van 25 april 2025 voldoende duidelijk uitgelegd hoe zij tot haar beoordeling is gekomen en in hoeverre eiseres wel belast kan worden met werk. Daarbij ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met de combinatie van de verschillende klachten en aandoeningen bij eiseres. De rechtbank legt dat hierna verder uit.
8. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat eiseres onder andere bekend is met een burn-out in remissie en artrose. Ondanks de klachten van eiseres is er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen sprake van een situatie van geen benutbare mogelijkheden, omdat zij niet voldoet aan de daarvoor geldende criteria. Voor de psychische en lichamelijke klachten van eiseres zijn er daarom in de FML van 25 april 2025 op verschillende items beperkingen aangenomen.
9. Voor de psychische klachten zijn er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep, bij afwezigheid van een psychiatrische aandoening, ruime beperkingen aangenomen in de rubriek persoonlijk functioneren. Dat in het medisch rapport ‘in remissie’ staat, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat de psychische klachten van eiseres onvoldoende zijn vertaald naar beperkingen. Voor deze beoordeling is het ook niet zo zeer van belang welke diagnose bij de klachten is gesteld. Een diagnose bepaalt namelijk niet zonder meer welke beperkingen iemand heeft. [1] Voor zover de psychische klachten van eiseres medisch objectiveerbaar zijn, zijn ze vertaald in beperkingen in de belastbaarheid. Eiseres heeft niet met medische informatie onderbouwd dat als gevolg van de psychische klachten te weinig beperkingen zijn aangenomen. Wat betreft de doorverwijzing naar de GGZ vanwege de psychische klachten, kan eiseres - zoals besproken op de zitting - het Uwv om een herbeoordeling verzoeken in verband met een gewijzigde belastbaarheidssituatie als daartoe aanleiding voor is.
10. Wat betreft de lichamelijke klachten zijn er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen functiebeperkingen aan de nek en schouders die aanleiding geven tot het aannemen van beperkingen voor schrijven, reiken en schroefbewegingen. Voor wat betreft de voetklachten blijkt dat er sprake is van platvoeten waarvan de klachten volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep kunnen worden opgelost door een inlegzool. Verder was er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep bij eigen onderzoek geen sprake van drukpijn ter hoogte van de MCP-gewrichten in beide voeten. Nadere beperkingen ten aanzien van lopen en staan zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aan de orde. Verder onderbouwt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat ook geen medische grond aanwezig is voor het aannemen van beperkingen ten aanzien van knielen, hurken en buigen vanwege de knieklachten, nu geen sprake is van functiebeperkingen of zwelling. Ook is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep tijdens eigen onderzoek niet gebleken van een functiebeperking van de handen.
11. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de bevindingen van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over het lichamelijk functioneren van eiseres en de daarbij aangenomen beperkingen te twijfelen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar aanvullend rapport van 9 januari 2026 duidelijk heeft toegelicht waarom de in beroep ingebrachte informatie geen aanleiding geeft om per beoordelingsdatum 18 november 2024 meer of andere beperkingen aan te nemen dan al zijn aangenomen. Op de zitting heeft eiseres nog gesteld dat als gevolg van de chronische pijnklachten een urenbeperking moet worden aangenomen, omdat eiseres na inspanning door arbeid moet herstellen van de pijn. De rechtbank is echter niet gebleken dat voor het aannemen van een urenbeperking aanleiding bestaat. Daarvoor is pas aanleiding, als met het stellen van beperkingen op andere onderdelen van de FML niet op voldoende wijze aan de klachten tegemoet kan worden gekomen. [2] Eiseres heeft in beroep geen nadere medische gegevens of stukken overgelegd, waaruit zou blijken dat een urenbeperking wel is aangewezen.
12. Op de zitting heeft eiseres er ook op gewezen dat zij per juli 2025 een Ziektewet-uitkering ontvangt, terwijl haar medische situatie ten opzichte van de beoordelingsdatum 18 november 2024 niet is veranderd. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer dat de medische beoordeling in deze zaak niet juist zou zijn. Nog daargelaten dat de medische stukken in het kader van de ZW-beoordeling ontbreken, geldt voor de beoordeling van de vraag of recht bestaat op een WIA-uitkering niet alleen een ander toetsingskader dan voor de Ziektewet-uitkering, maar ook een andere beoordelingsdatum.
13. De rechtbank is dus niet gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onvolledig beeld had van de medische situatie van eiseres. Hiermee wil de rechtbank niet zeggen dat er niets met eiseres aan de hand is. Integendeel, het is de rechtbank duidelijk dat eiseres forse klachten ervaart. Daarbij heeft eiseres op de zitting goed duidelijk kunnen maken welke impact de klachten op haar hebben gehad en nog steeds hebben. Het hebben van klachten betekent echter nog niet dat er ook (ernstigere of meer) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gedaan. Zoals hiervoor overwogen, zijn voor de vaststelling van arbeidsongeschiktheid alleen de medisch te objectiveren klachten en de beperkingen die daaruit voortvloeien van belang. De rechtbank ziet dus geen aanleiding voor de conclusie dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist is.
Zijn de geselecteerde functies passend?
14. De arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is gebaseerd op het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 16 juni 2025. Naar aanleiding van de FML van 25 april 2025 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep drie functies geselecteerd.
15. Eiseres stelt dat zij de geselecteerde functies vanwege haar handbeperkingen niet kan verrichten, omdat elke vorm van arbeid met de handen de chronische pijn verergert.
16. De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen reden om te oordelen dat de geselecteerde functies, gezien de belasting, voor haar niet geschikt zijn. Als uitgangspunt geldt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep moet uitgaan van de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML van 25 april 2025 heeft vastgesteld. Hij kan daar niet zelf beperkingen aan toevoegen. Waar in de FML wel beperkingen zijn aangenomen, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd dat in de geselecteerde functies de aangenomen belastbaarheid ten aanzien van de handen niet wordt overschreden. Daarbij heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in overleg met de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd gesteld dat het bij de geselecteerde functies gaat om fysiek lichtere functies die voor wat betreft de handbelasting tot de mogelijkheden van eiseres behoren. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat de geselecteerde functies voor eiseres niet geschikt zijn.
17. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat het Uwv de drie geselecteerde functies aan de theoretische schatting van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag heeft kunnen leggen. Hieruit volgt dat het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres minder is dan de vereiste 35% om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen.

Wat is de conclusie en het vervolg?

18. Het Uwv heeft de WIA-aanvraag van eiseres terecht afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:798 r.o. 5.2.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 17 april 2009 (ECLI:NL:CRVB:2009:BI1771).