ECLI:NL:RBMNE:2026:1767
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, voormalig werknemer, vroeg een WIA-uitkering aan na twee jaar ziekte. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op de beoordelingsdatum minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege haar klachten.
De rechtbank toetste of het UWV de wet correct had toegepast en of de medische rapporten zorgvuldig en begrijpelijk waren opgesteld. De verzekeringsarts had rekening gehouden met zowel psychische als lichamelijke klachten, waaronder een burn-out in remissie, artrose en chronische pijnklachten. De beperkingen waren vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd.
Eiseres kon niet met medische onderbouwing aantonen dat de beperkingen onvoldoende waren meegenomen of dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-aanvraag had afgewezen omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% lag. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.