Overwegingen
12. Het Uwv heeft zich in beroep aangesloten bij de beoordeling van Wildenborg, en de medische grondslag van het bestreden besluit dienovereenkomstig gewijzigd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperking op samenwerken voor eiser overgenomen en toegevoegd aan de FML van 25 april 2025. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van het Uwv beoordeeld en geconcludeerd dat de geduide functies nog steeds geschikt zijn voor eiser, zodat hij per 13 december 2021 nog steeds voor 4% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Het Uwv stelt zich daarom op het standpunt dat de afwijzing van eisers WIA-aanvraag met het bestreden besluit, terecht in stand is gelaten.
13. Eiser is het hier niet mee eens. Volgens eiser vormde de beoordeling van Brüning al een zorgvuldige en goed gemotiveerde weergave van zijn beperkingen per 13 december 2021, zodat het niet nodig was om Wildenborg als (tweede) deskundige aan te stellen. Eiser wijst erop dat Brüning als deskundige helemaal niet gebonden was aan het CBBS omdat dit een interne werkinstructie is voor de verzekeringsartsen van het Uwv. Desalniettemin heeft Brüning voldoende termen uit het CBBS gebruikt bij zijn beoordeling. Volgens eiser zijn de door Brüning aangenomen beperkingen in het persoonlijk functioneren, waaronder de beperking voor het vasthouden en verdelen van de aandacht, ook voldoende medisch geobjectiveerd. Voor zover er voor deze beperkingen al gebleken moet zijn van een ernstige psychiatrische stoornis, want dat geldt volgens eiser niet voor alle beperkingen en voor zover dat wel wordt vereist kan daar gemotiveerd van worden afgeweken, is daar bij eiser sprake van. Het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), de ADHD en het autisme waar eiser mee kampt, hebben in combinatie met elkaar te gelden als een ernstige stoornis, aldus eiser.
14. Over de beoordeling van Wildenborg betoogt eiser dat die onzorgvuldig en onjuist is. Volgens eiser heeft Wildenborg namelijk onvoldoende rekenschap gegeven van de medische stukken die hij heeft ingebracht, zijn uitgebreide dagverhaal, maar ook van de combinatie van zijn aandoeningen. Hierdoor heeft zij eisers beperkingen onderschat. Zo heeft Wildenborg ten onrechte geen beperking aangenomen voor het verdelen en vasthouden van de aandacht, heeft zij de ernst van de prikkelgevoeligheid van eiser onvoldoende onderkend en had zij eiser verdergaand beperkt moeten achten in zijn duurbelastbaarheid. Dat er geen aanleiding voor deze beperkingen zou bestaan heeft Wildenborg volgens eiser onvoldoende gemotiveerd. Het Uwv heeft zich in beroep voor de medische grondslag van het bestreden besluit, dan ook ten onrechte aangesloten bij de beoordeling van Wildenborg.
15. Eiser voert tot slot aan dat ook de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit niet juist is. Zo is de maatmanomvang ten onrechte vastgesteld op 26,9 uur. Eiser heeft méér gewerkt dan dat. Hij heeft dit onderbouwd met loonstroken. Verder zijn de functies die voor eiser zijn geduid en gebruikt bij de berekening van zijn mate van arbeidsongeschiktheid, om verschillende redenen ongeschikt.
Beoordeling van het beroep
16. Als uitgangspunt geldt dat de rechtbank het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking van deze hoofdregel kunnen rechtvaardigen.Waar het Brüning betreft heeft de rechtbank reden gezien om een uitzondering op deze hoofdregel aan te nemen en zijn beoordeling niet te volgen. De beoordeling van Brüning komt de rechtbank niet overtuigend voor. Een deskundige is weliswaar niet gebonden aan het CBBS, maar van een deskundige verzekeringsarts mag wel worden verwacht dat hij of zij oog heeft voor de afstemming die in het CBBS wordt gemaakt tussen de beperkingen onderling. De rechtbank ziet niet dat Brüning daar bij de door hem voorgestane beperkingen voor eiser rekenschap van heeft gegeven. Verder geldt dat de motivering van een deskundige voldoende toereikend en concreet moet zijn, en ook daar is de rechtbank niet van gebleken.
17. De beoordeling van Wildenborg komt de rechtbank wél overtuigend voor. Haar deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is toereikend gemotiveerd en geconcretiseerd naar de situatie van eiser. Wat eiser over Wildenborg heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Wildenborg heeft eiser gezien en onderzocht, het dossier bestudeerd en alle informatie van eisers behandelaars kenbaar bij haar beoordeling betrokken. De rechtbank ziet niet dat Wildenborg op basis van de medische informatie en het dagverhaal van eiser, beperkingen zou hebben gemist of dat zij bij haar beoordeling (te) weinig gewicht zou hebben toegekend aan de anamnese van eiser.
18. Voor een beperking in het vasthouden verdelen van de aandacht heeft Wildenborg geen aanleiding gezien, omdat er volgens haar bij eiser geen sprake is van een (zeer) ernstige psychische stoornis. Het niveau van functioneren van eiser voldoet volgens haar anamnestisch, op basis van haar eigen waarnemen en zoals beschreven door de medisch behandelaars van eiser, niet aan deze voorwaarde. De rechtbank kan Wildenborg hierin volgen en ziet dat zij de aandoeningen waar eiser mee kampt, ook de combinatie daarvan, heeft onderkend in haar rapport. Uit het CBBS volgt dat de beperkingen in het persoonlijk functioneren kunnen worden aangenomen als er sprake is van een ernstige psychische stoornis of, in sommige gevallen, (ook) als er sprake is van een ernstige vorm van autismespectrumstoornis (ASS). Eiser is gediagnosticeerd met ASS met vermelde ernst ‘licht’. Van een ernstige vorm is dus niet gebleken. Dat eiser ook gevoelig is voor auditieve en visuele prikkels als hij geen mentaal belastend werk doet, heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Om voldoende aannemelijk te maken dat een aangenomen beperking niet verregaand genoeg is, is medische informatie van een arts of medisch behandelaar nodig. Eisers verwijzing naar de informatie van zijn begeleider is daarvoor onvoldoende.
19. Tot slot is de rechtbank niet gebleken dat de beoordeling van de duurbelastbaarheid van eiser door Wildenborg niet in lijn zou zijn met de Standaard Duurbelastbaarheid. Vuistregel is dat er voor een urenbeperking pas aanleiding bestaat als met het stellen van beperkingen op andere onderdelen van de FML niet op voldoende wijze aan de door het Uwv erkende problemen van de betrokkene tegemoet kan worden gekomen.Wildenburg heeft een aanvullende urenbeperking vanaf 6 uur per dag en 30 uur per week voldoende geacht, om de extra energie die eiser kwijt is vanwege zijn CVS, ASS en ADHD te kunnen ondervangen. De rechtbank kan de redeneringen en conclusies van Wildenborg ook op dit punt volgen.
20. De rechtbank volgt de door haar ingeschakelde deskundige Wildenborg. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv zich in beroep dan ook terecht aangesloten bij de beoordeling van Wildenborg, en de medische grondslag van het bestreden besluit dienovereenkomstig gewijzigd. Dat betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat de beperkingen zoals die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML van 25 april 2025 voor eiser zijn vastgesteld, juist zijn.
21. Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zijn de drie functies die gebruikt zijn voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiser, in lijn met de belastbaarheid van eiser zoals opgenomen in de FML van 25 april 2025. De rechtbank kan de redeneringen en conclusies van arbeidsdeskundige bezwaar en beroep volgen. Het betreft de volgende drie functies: schadecorrespondent (SBC-code 516080), archiefmedewerker (SBC-code 553020) en telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173).
22. De rechtbank volgt eiser niet in het betoog dat de functie van schadecorrespondent niet geschikt zou zijn, omdat hij daarin moet werken in een kantoortuin en moet bellen met klanten. Eiser is in de FML aangewezen op een werkomgeving zonder intense auditieve en visuele prikkels. Daarbij is echter opgenomen dat dit mentaal belastend werk betreft waarbij langdurige concentratie is vereist. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toereikend gemotiveerd dat daar in deze functie geen sprake van is. Verder is in de FML opgenomen dat eiser oppervlakkig klantcontact aan kan. Niet is gebleken dat het klantcontact in deze functie verder gaat dan dat. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft erop gewezen dat het in de functie is toegestaan om zelf te bepalen of de klant gebeld of aangeschreven wordt, en dat contact veelal met zorgverleners (en dus niet met klanten) behelst. Tot slot gaat het om de administratieve afhandeling van nota’s waarbij het omgaan met emoties geen kenmerkende belasting is.
23. De rechtbank volgt eiser ook niet in het betoog dat de functie van archiefmedewerker niet geschikt zou zijn, omdat hij daarin op een werkplek met vijf anderen kan komen te zitten en dan snel afgeleid zal worden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft erop gewezen dat eiser in deze functie in overleg een (vaste) werkplek voor twee personen toegewezen kan krijgen. Verder is er ook in deze functie geen sprake van mentaal belastend werk waarbij langdurige concentratie is vereist. Het werk is sterk geprotocolleerd en er zijn micropauzes mogelijk waarin eiser kort kan recupereren.
24. Hetzelfde geldt voor de functie van telefonisch verkopen (outbound). In deze functie is evenmin sprake van zwaar mentaal belastend werk, omdat er volgens een script kan worden gewerkt. Er wordt ook geen langdurige concentratie vereist omdat er ongeveer 10 gesprekken in een uur worden gevoerd en na elk gesprek een micropauze mogelijk is. De rechtbank volgt eiser tot slot niet in de vergelijking van deze functie met zijn eigen (voor hem ongeschikte) werk als [functie] . De functies uit het CBBS worden door een arbeidskundig analist nauwkeurig onderzocht en gedetailleerd omschreven. Die omschrijving vormt vervolgens, samen met de FML, de basis voor de arbeidskundige beoordeling. Dat er in het eigen werk van eiser ook werd gewerkt met een script, maar dat hij daar in de praktijk vaak van af moest wijken, betekent niet dat, daar ook in de functie van telefonisch verkoper (outbound) sprake van is. De functie geeft daarop geen kenmerkende belasting.
25. Tot slot ziet de rechtbank ook geen aanleiding voor de conclusie dat de arbeidsdeskundig bezwaar en beroep is uitgegaan van een onjuiste maatman. Uitgangspunt voor het vaststellen van de maatmanfunctie zijn de gegevens uit de polisadministratie. Het is vaste rechtspraak van de CRvB dat het Uwv mag uitgaan van de juistheid van deze gegevens, tenzij de betrokkene aantoont dat die niet juist zijn.Uit de polisadministratie volgt dat eiser in de maand november 2019, het enige loontijdvak waarin hij volledig heeft gewerkt, 26,9 uur heeft gemaakt. Op de loonstroken die eiser heeft overgelegd zijn bedragen en uren per week te zien. De loonstroken zijn daardoor niet (volledig) te herleiden tot de polisadministratie waar loongegevens per kalendermaand in zijn opgenomen. Een verklaring van de oud-werkgever of andere onderbouwing waar dit alsnog uit kan worden afgeleid, ontbreekt. De rechtbank ziet in de loonstroken daarom onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat de maatmanomvang onjuist is vastgesteld. De beroepsgrond slaagt niet.
26. Omdat het Uwv de medische grondslag van het bestreden besluit in beroep heeft gewijzigd verklaart de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld slagen de overige beroepsgronden van eiser niet. Omdat eiser 4% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft het Uwv de afwijzing van eisers WIA-aanvraag met het bestreden besluit terecht in stand gelaten. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit daarom in stand. Dat betekent dat eisers beroep weliswaar gegrond wordt verklaard, maar dat zijn WIA-aanvraag afgewezen blijft.
27. Daarbij wil de rechtbank opmerken dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet WIA uiteindelijk niet gaat over
hoe ziekeen verzekerde is, maar over wat die verzekerde ondanks zijn arbeidsbeperkingen nog kan verdienen van het inkomen dat hij had voordat hij ziek werd, het maatmaninkomen. Hoe lager dat maatmaninkomen is, hoe sneller de verzekerde in staat is om (een groot deel van) dat inkomen te verdienen met een van de geselecteerde functies. Hoewel eiser in deze zaak dus voor 4% arbeidsongeschikt wordt beschouwd, betekent dat niet dat eiser niet ziek zou zijn. Integendeel, want de rechtbank ziet dat er veel en forse beperkingen voor eiser zijn aangenomen. Er wordt dus wel degelijk onderkend dat er wat met eiser aan de hand is. Het arbeidsongeschiktheidspercentage van 4% betekent enkel dat eiser, ondanks zijn beperkingen, nog in staat is om 96% te verdienen van wat hij verdiende voordat hij uitviel.
28. Omdat het beroep gegrond is veroordeelt de rechtbank het Uwv in de proceskosten van eiser in beroep. De kosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand van eisers gemachtigde stelt de rechtbank vast op € 3.736, (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de eerste zitting, 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport van Brüning, 1 punt voor het verschijnen op de tweede zitting, 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport van Wildenborg, met een waarde per punt van € 934,-- en een wegingsfactor 1). De tarieven staan in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
29. De rechtbank draagt het Uwv tot slot op om het door eiser betaalde griffierecht van € 50,-- aan eiser te vergoeden.