Eiser, een student, heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige tegemoetkoming in de energiekosten voor 2023, welke door de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Participatiewet. Eiser voerde aan dat de afwijzing in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, mede vanwege eerdere benadeling door de gemeente Utrecht in 2022.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid tot het verlenen van de tegemoetkoming gebonden is en dwingendrechtelijk is geformuleerd. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte doelgroep, namelijk uitwonende studenten met recht op een basis- en aanvullende beurs. Eiser voldoet niet aan deze voorwaarden en er zijn geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de wet in dit concrete geval in strijd met het evenredigheidsbeginsel brengen.
De rechtbank overweegt dat de zorgen van eiser over de positie van studenten in het algemeen buiten het beoordelingskader van deze zaak vallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, eiser krijgt geen tegemoetkoming en ook geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.E.M. van Abbe op 28 januari 2026.