ECLI:NL:RBMNE:2026:201

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/2293
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de afwijzing van de aanvraag voor een meerjarige productiesubsidie door Holland Baroque

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland op 30 januari 2026, wordt het beroep van Stichting Holland Baroque tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een meerjarige productiesubsidie door het Fonds Podiumkunsten behandeld. Holland Baroque had een aanvraag ingediend voor een subsidie van € 725.000,- op basis van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025-2028. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is, omdat het advies van de adviescommissie dat aan de afwijzing ten grondslag lag, niet op alle punten zorgvuldig en inzichtelijk was. De rechtbank stelt vast dat het Fonds onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de beoordeling van de geografische spreiding, waarbij Amsterdam niet werd meegeteld. Dit was niet vooraf kenbaar gemaakt aan de aanvragers, wat in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het Fonds op om binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het advies van de adviescommissie opnieuw moet worden opgevraagd. Tevens moet het Fonds het griffierecht en de proceskosten aan Holland Baroque vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2293

uitspraak van de meervoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen

Stichting Holland Baroque, uit Utrecht, Holland Baroque

(gemachtigden: mr. E.L. van Leeuwen en mr. B. Metselaar),
en
de raad van bestuur van de Stichting Nederlands Fonds Podiumkunsten,verweerder
(gemachtigden: mr. D. Boekema, M.G. van Wamel en mr. A. Braxhoven).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van Holland Baroque om een productiesubsidie op grond van de Deelregeling meerjarige productiesubsidies Fonds Podiumkunsten 2025-2028 (de regeling). Holland Baroque is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van Holland Baroque gegrond is. Het advies van de adviescommissie dat het Fonds aan de afwijzing ten grondslag heeft gelegd, is niet op alle punten zorgvuldig, inzichtelijk en/of begrijpelijk. Dat doet zich voor bij aspecten die zijn beoordeeld bij het criterium betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk. Daarnaast heeft het Fonds onvoldoende kenbaar gemaakt hoe het criterium geografische spreiding zou worden beoordeeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Holland Baroque heeft een aanvraag ingediend voor een meerjarige productiesubsidie in categorie III. Het gaat om een subsidie van € 725.000,-.
2.1.
Het Fonds heeft de aanvraag met het besluit van 3 juli 2024 afgewezen. Het Fonds heeft hieraan het advies van de adviescommissie ten grondslag gelegd. De adviescommissie heeft positief geadviseerd over de aanvraag van Holland Baroque, maar het subsidiebudget is ontoereikend om de subsidie toe te kennen.
2.2.
Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 op het bezwaar van Holland Baroque is het Fonds bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Wel heeft het Fonds onder verwijzing naar de nadere motivering van de adviescommissie de motivering op het criterium “betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk” aangevuld.
2.3.
Holland Baroque heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Fonds heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van Holland Baroque, [A] , [B] en [C] (vertegenwoordigers van Holland Baroque) en de gemachtigden van het Fonds.

Beoordeling door de rechtbank

De regeling
3. De regeling biedt professionele gezelschappen, makers(collectieven) en ensembles de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor een productiesubsidie. Die productiesubsidie wordt voor vier jaar verstrekt (periode 2025-2028).
3.1.
Aanvragen worden voorgelegd aan een adviescommissie die bestaat uit een gezelschap van deskundigen op het gebied van podiumkunsten. De adviescommissie beoordeelt de aanvraag aan de hand van de criteria van de regeling. Het gaat daarbij om de volgende vier criteria: artistieke kwaliteit, publieksfunctie, betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk en geografische spreiding. Per criterium kan een aanvrager punten toebedeeld krijgen. Die punten maken samen de waardering van de adviescommissie. In een toelichting op de regeling zijn de criteria en de bijbehorende waarderingen nader uitgewerkt.
3.2.
Vervolgens worden de aanvragen op basis van de toegekende waardering op alle criteria in categorieën onderverdeeld: ‘honoreren’, ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ en ‘niet honoreren’. Om voor ‘honoreren (voor zover het budget dat toelaat)’ in aanmerking te komen, moet de waardering tenminste zes punten bevatten. Het Fonds honoreert eerst de aanvragen met het advies ‘honoreren’ en daarna de aanvragen met het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ in volgorde van rangorde. Het Fonds verdeelt het beschikbare budget volgens deze rangorde waarbij aanvragen worden toegewezen of gedeeltelijk toegewezen totdat het van toepassing zijnde subsidieplafond is bereikt. De overige aanvragen worden afgewezen.
3.3.
Holland Baroque heeft bij de beoordeling 6 punten toegekend gekregen: zes punten voor artistieke kwaliteit (zeer goed), min één punt voor publieksfunctie (zwak), nul punten voor betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk (neutraal) en één punt voor geografische spreiding (voldoende). Daarmee kreeg de aanvraag het advies ‘honoreren voor zover het budget dat toelaat’ mee. Vanwege budgettaire redenen is de aanvraag niet gehonoreerd.
Het toetsingskader
4. Indien een bestuursorgaan zich bij zijn besluitvorming laat adviseren door een deskundige, geldt als algemeen uitgangspunt dat het bestuursorgaan dan op het advies van de deskundige mag afgaan, nadat is nagegaan of dat advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. In het geval een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op dat advies afgaan. Dit algemene uitgangpunt geldt ook voor het Fonds bij een kunstsubsidie als hier aan de orde. [1] Het gaat er bij kunstsubsidies om dat de aanvrager in voldoende mate inzicht wordt verschaft in de gedachtegang die aan het gevolgde advies ten grondslag ligt. De aard van artistieke kwaliteitsoordelen brengt met zich mee dat de bestuursrechter de adviezen van de adviescommissie slechts terughoudend kan toetsen. Bij besluiten over productiesubsidies komt het Fonds immers beslissingsruimte toe.
4.1.
In geschil is de beoordeling van de criteria publieksfunctie, betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk en geografische spreiding en hoe de adviescommissie deze criteria heeft gewaardeerd. De rechtbank zal deze criteria hieronder bespreken en haar oordeel hierover geven. Alvorens de hiervoor genoemde criteria te bespreken, zal de rechtbank eerst nog een oordeel geven over het standpunt van Holland Baroque dat het Fonds het advies van de Raad van Cultuur had moeten aanmerken als contra-expertise en dat het Fonds betekenis had moeten toekennen aan de omstandigheid dat zij eerder een subsidie op grond van de rijkssubsidieregeling de Culturele basisinfrastructuur (BIS) heeft ontvangen.
Het advies van de Raad van Cultuur en de betekenis die daaraan dient te worden toegekend
5. Holland Baroque voert aan dat zij het advies van de Raad voor Cultuur als contra-expertise heeft ingebracht en dat het Fonds dat advies niet terzijde kan schuiven. De Raad voor Cultuur is de enige vergelijkbare adviescommissie die zich met de adviescommissie van het Fonds kan meten en over een vergelijkbare periode een advies heeft uitgebracht over een in de kern vergelijkbaar activiteitenplan. Ook worden veelal dezelfde elementen gewogen en op dezelfde wijze ingevuld. Holland Baroque ziet bovendien niet hoe zij anders dan door een beroep te doen op het advies van de Raad voor Cultuur een contra-expertise kan inbrengen. Er zijn weinig commissies die zo goed zijn ingevoerd in de Nederlandse podiumkunsten als de adviescommissie en de Raad van Cultuur. Door de relatief kleine kunstwereld is het ook niet eenvoudig om een eigen commissie samen te stellen die voldoende onafhankelijk en deskundig is om een aanvraag als aan de orde te beoordelen.
5.1.
Het Fonds stelt dat het advies van de Raad voor Cultuur geen andersluidend gekwalificeerd tegenadvies is. Het advies van de Raad voor Cultuur is tot stand gekomen op basis van andere subsidiecriteria en een ander activiteitenplan. Ook verschillen de inhoud en de opzet van de regelingen die aan de adviezen ten grondslag liggen wezenlijk van elkaar. Daarom kan het advies van de Raad voor Cultuur niet worden aangemerkt als een contra-expertise.
5.2.
De rechtbank is het met het Fonds eens dat het advies van de Raad voor Cultuur niet als contra-expertise kan worden aangemerkt in de zin dat dit als tegenadvies in de beoordeling van de aanvraag door het Fonds had moeten worden meegewogen. Het advies van de Raad voor Cultuur is uitgebracht in het kader van de BIS. Daarvoor gelden (deels) andere criteria die ook anders kunnen worden gewaardeerd. Dat het advies van de Raad voor Cultuur niet als tegenadvies kan gelden, betekent echter niet dat er aan het advies van de Raad voor Cultuur helemaal geen betekenis mag worden toegekend. Ook het advies van de Raad voor Cultuur is immers een onafhankelijk advies dat tot stand is gekomen door een groep van deskundigen op het vlak van de podiumkunsten en kan daarom concrete punten van twijfel opleveren over de inhoud van het advies van de adviescommissie. In hoeverre dat aan de orde is, zal hierna bij het betreffende criterium worden besproken.
Ontvanger van een BIS-subsidie en de betekenis die daaraan dient te worden toegekend
6. Het Fonds had volgens Holland Baroque rekening moeten houden met de omstandigheid dat Holland Baroque in het verleden een subsidie heeft ontvangen op grond van de BIS. De positie van Holland Baroque is ten opzichte van andere culturele instellingen in deze subsidieronde ongunstiger omdat zij haar werkwijze heeft aangepast aan de criteria die gelden voor de BIS, waardoor haar aanvraag bij het Fonds een grotere kans had te worden afgewezen.
6.1.
Het Fonds stelt zich op het standpunt dat terecht geen rekening is gehouden met het subsidieverleden van Holland Baroque. Voor elke culturele instelling gelden dezelfde criteria en er bestaat geen reden om hiervan af te wijken in geval een instelling een subsidie op grond van de BIS heeft ontvangen.
6.2.
De rechtbank volgt Holland Baroque niet. Holland Baroque heeft een subsidie aangevraagd bij het Fonds en moet net als iedere andere aanvrager aan de daaraan gestelde eisen voldoen. Het Fonds kan en hoeft op basis van de regeling geen rekening te houden met de omstandigheid dat Holland Baroque eerder vanuit de BIS subsidie ontving. Het lag ook op de weg van Holland Baroque om haar subsidieaanvraag zodanig in te richten dat die aansloot op de bijbehorende subsidie.
Publieksfunctie
7. Het Fonds heeft volgens Holland Baroque miskend dat het voor haar lastig is om een eenduidig beeld van haar publiek te krijgen en dat zij wel een visie heeft op haar publiek. Holland Baroque wil immers een breed publiek bereiken door originele samenwerkingen met musici uit verschillende genres, zoals omschreven in haar activiteitenplan. Het is onevenredig te verwachten dat ze haar publiek kent op de wijze waarop veel andere ensembles bekend zijn met hun vaste publiek. Holland Baroque vaart voor haar marketing op de marketingkanalen van de concertzalen die helder voor ogen hebben wie haar bezoekers zijn en op welke concerten bepaalde bezoekers afkomen. Holland Baroque heeft daarom maar beperkt zicht op haar publiek. Ook heeft Holland Baroque in haar activiteitenplan ruimschoots omschreven hoe zij haar ambitie om een breder publiek te bereiken beoogt te behalen. Holland Baroque volgt verder niet het oordeel van de adviescommissie dat de voornemens tot Degrowth (minder concerten, maar meer relevantie, impact en verbinding) te vrijblijvend en in algemene bewoordingen zijn gesteld. Holland Baroque wijst er verder nog op dat de Raad voor Cultuur het criterium publieksbelang als positief beoordeelt.
7.1.
Het Fonds vindt het advies van de adviescommissie navolgbaar. Zo omschrijft Holland Baroque haar doelgroepen nauwelijks, terwijl dit wel op haar weg ligt. Ook de kritiek van de adviescommissie dat wat betreft de marketingstrategie een uitwerking of toelichting ontbreekt op het plan van Holland Baroque om in te zetten op nieuwe marketingstrategieën, vindt het Fonds navolgbaar. Dat Holland Baroque stelt dat zij voornamelijk steunt op marketingkanalen van concertzalen is in de aanvraag niet opgenomen en kan daarom niet bij de beoordeling worden betrokken. Verder constateert het Fonds dat de adviescommissie in principe positief is over het principe van Degrowth, maar er niet van overtuigd is dat dit bereikt wordt door de inzet van andere presentatievormen, zoals radio- en televisieoptredens en podcasts. Het Fonds volgt dit standpunt.
7.2.
Uit de toelichting op de regeling volgt dat de publieksfunctie betrekking heeft op de relatie tussen de te ontwikkelen voorstellingen/concerten en het beoogde publiek. Hierbij wordt onder meer een visie gevraagd van Holland Baroque op het huidige publiek, op het toekomstige publiek en een visie op hoe Holland Baroque het huidige en het toekomstige publiek wil behouden/bereiken. Dat Holland Baroque slechts beperkt zicht heeft op de samenstelling van haar publiek, vindt steun in het activiteitenplan en betwist Holland Baroque ook niet. Holland Baroque vindt alleen dat deze eis niet kan worden gesteld omdat het in haar situatie lastig is om een eenduidig beeld te krijgen van haar publiek. Holland Baroque wordt niet gevolgd in dit standpunt, omdat de regeling belang hecht aan zicht op beoogd publiek voor de te ontwikkelen voorstellingen en Holland Baroque niet heeft duidelijk gemaakt waarom niet van haar mag worden verwacht hierover informatie te geven. Dat het lastig zou zijn publieksgegevens te verkrijgen, betekent niet dat zij deze gegevens (al dan niet via de concertzalen) niet diende te verzamelen. De adviescommissie heeft verder de door Holland Baroque in dit verband genoemde diversiteit in aanbod (genre overstijgend) meegenomen in de beoordeling, maar daarover opgemerkt dat Holland Baroque niet reflecteert op het bereiken van een bijpassend divers of potentieel geïnteresseerd publiek. Dat Holland Baroque voor haar marketing vaart op de marketingkanalen van de concertzalen kan daarnaast zo zijn, maar dit volgt niet uit het activiteitenplan. De adviescommissie heeft hierin dus geen aanleiding kunnen of hoeven zien om anders tegen de uitwerking van de marketingstrategieën aan te kijken. Het advies van de adviescommissie over het criterium publieksfunctie is daarom inzichtelijk en begrijpelijk.
7.3.
Uit het advies van de adviescommissie blijkt verder dat zij heeft gekeken naar het uitgangspunt van Degrowth in het activiteitenplan. De adviescommissie heeft voldoende gemotiveerd waarom zij in uitgangspunt positief is, maar niet overtuigd is dat dit bereikt wordt door de inzet van andere prestatievormen. Dat Holland Baroque hier anders tegenaan kijkt, is niet aan de rechtbank om te beoordelen. Dat ligt bij de deskundigheid van de adviescommissie.
7.4.
Het beroep dat Holland Baroque heeft gedaan op het advies van de Raad voor Cultuur kan tot slot niet slagen omdat de criteria in de regelingen wat de publieksfunctie betreft substantieel van elkaar verschillen. Waar de BIS het heeft over toegankelijkheid wordt in de regeling van het Fonds zicht op het (beoogd) publiek en de visies daarop voor wat betreft te ontwikkelen voorstellingen centraal gesteld.
Tussenconclusie voor publieksfunctie
7.5.
De rechtbank ziet in de gronden die betrekking hebben op de publieksfunctie geen reden om het bestreden besluit voor onjuist te houden. Het advies van de adviescommissie is op de hiervoor genoemde punten begrijpelijk en inzichtelijk. Het Fonds mocht hiervan uitgaan en heeft daarin terecht de bezwaaradviescommissie gevolgd.
Betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk
8. Holland Baroque is het oneens met de score die zij voor dit criterium heeft gekregen. In de eerste plaats voert zij aan dat de adviescommissie ten onrechte als uitgangspunt heeft genomen dat zij (alleen) klassieke muziek speelt met barok als uitgangspunt, terwijl zij naast deze muziek ook genre-overstijgende muziek maakt door samenwerkingen aan te gaan met muziekgenres als onder meer jazz, pop en volksmuziek. Holland Baroque is hierin onderscheidend ten opzichte van andere ensembles en creëert hiermee een geheel eigen fusion-style waardoor zij een uniek ensemble zijn. Holland Baroque begrijpt verder niet waarom bepaalde aspecten bij artistieke kwaliteit tot zeer goed (6 punten) leiden, maar die aspecten bij dit criterium slechts voor de score neutraal zorgen. Zo wordt het aangaan van samenwerkingen met nieuw talent uit verschillende culturen en genres positief bij artistieke kwaliteit beoordeeld, maar legt dit nu onvoldoende gewicht in de schaal terwijl dit wél zorgt voor nieuwe publiekservaringen. Ook draagt Holland Baroque in bijzondere mate bij aan internationale zichtbaarheid voor de Nederlandse podiumkunsten en combineert zij dit met talentontwikkeling. Dat Holland Baroque niet alleen in zijn algemeenheid maar ook op het gebied van talentontwikkeling en internationale zichtbaarheid een bijzonder positie inneemt in het muziekveld wordt tot slot ook bevestigd door het advies van de Raad voor Cultuur. Datzelfde geldt voor de toepassing van de drie cultuurcodes en de ecologische voetafdruk.
8.1.
Het Fonds vindt dat het advies van de adviescommissie kan worden gevolgd. De adviescommissie heeft de genre-overschrijdende samenwerking en de originele samenwerking met nieuw talent al gewaardeerd onder het criterium artistieke kwaliteit. In de nadere motivering staat daarnaast dat de adviescommissie de activiteiten van Holland Baroque onvoldoende onderscheidend vindt voor de Nederlandse podiumkunsten in brede zin, omdat er binnen het huidige muziekaanbod ook andere aanbieders in de klassieke muziek door barokmuziek geïnspireerde concerten verzorgen. De adviescommissie stelt verder dat het talentontwikkelingsprogramma zich niet onderscheidt van andere in continuïteit producerende organisaties binnen de Nederlandse Podiumkunsten en het Fonds ziet geen aanleiding om niet van het advies van de adviescommissie uit te gaan. Het Fonds constateert dat Holland Baroque haar talentontwikkelingsprogramma in haar aanvraag nauwelijks heeft toegelicht en dat er binnen de muzieksector meerdere talentontwikkelingsprogramma’s zijn waarbij jonge spelers begeleid worden door ervaren podiumkunstenaars. Het uitgangspunt van Degrowth is gewaardeerd onder het criterium publieksfunctie en de toepassing van de culturele codes door Holland Baroque sluit aan bij wat van haar verwacht mag worden.
8.2.
De rechtbank oordeelt dat het advies over de betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk deels inzichtelijk en begrijpelijk is. In de toelichting op de regeling staat dat voor de betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk wordt gekeken of de activiteiten van de aanvrager een aanzienlijke verrijking opleveren van een discipline, genre of podiumkunsten als geheel in Nederland. Het gaat om een bredere toetsing, waarbij niet het belang van de activiteiten voor de aanvrager en zijn directe publiek centraal staat, maar juist het bredere belang voor genre en discipline of podiumkunstbreed. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om inhoud die nog heel weinig te zien is op de Nederlandse podia. Ook samenwerkingen op internationaal gebied die bijdragen aan de internationale zichtbaarheid kunnen activiteiten van bredere betekenis zijn die bijdragen aan de internationale zichtbaarheid van de Nederlandse podiumkunsten evenals uitzonderlijke bijdrage aan talentontwikkeling. Daarnaast zijn er de mogelijke onderscheidende organisatorische of maatschappelijke effecten zoals bijvoorbeeld een voorbeeldfunctie in het verkleinen van de ecologische voetafdruk van de sector.
8.3.
De rechtbank stelt vast dat de adviescommissie de activiteit van Holland Baroque bij dit criterium heeft omschreven als het brengen van klassieke muziek met barok, terwijl uit het activiteitenplan volgt dat zij (ook) genre-overstijgende muziek maakt. Dat deze genre-overschrijdende activiteiten in het kader van het criterium artistieke kwaliteit zijn gewaardeerd, betekent niet dat deze activiteiten niet ook gewaardeerd moeten worden in het kader van het criterium betekenis van de Nederlandse podiumkunstpraktijk. [2] Daarnaast heeft de adviescommissie de activiteiten van Holland Baroque niet voldoende onderscheidend gevonden om van betekenis te zijn voor de Nederlandse podiumkunsten in de brede zin, maar niet blijkt of de adviescommissie deze activiteiten ook heeft beoordeeld naar zijn betekenis binnen het genre of discipline. Het advies is op dit punt dus ook niet volledig. Daarbij hecht de rechtbank ook nog belang aan het advies van de Raad voor Cultuur waarin staat opgenomen dat Holland Baroque zich onderscheidt binnen het muziekveld door genre-overschrijdend te programmeren. In deze situatie komt het advies van de Raad voor Cultuur betekenis toe, omdat dit concreet gaat over een in de regeling vermeld aspect dat relevant is voor de beoordeling van het criterium.
8.4.
Wat betreft de activiteiten op het vlak van samenwerking op internationaal gebied acht de rechtbank het advies van de Raad voor Cultuur ook relevant. Holland Baroque heeft naar het onderdeel van dit advies verwezen waarin is opgenomen dat de samenwerking met solisten van internationale statuur ook voor meer zichtbaarheid in het buitenland zorgt. De adviescommissie heeft deze samenwerking niet in haar advies benoemd, terwijl dit volgens de regeling wel een samenwerking is die vanwege de bijdrage aan zichtbaarheid in het buitenland relevant is voor de beoordeling van de betekenis van de Nederlandse podiumkunstpraktijk in brede zin. Het Fonds had het advies van de Raad voor Cultuur op dit punt moeten voorleggen aan de adviescommissie voor een waardering.
8.5.
De rechtbank is van oordeel dat het advies van de adviescommissie overigens wel begrijpelijk en inzichtelijk is. Dat Holland Baroque actief is op talentontwikkeling en daaraan met haar programma Samama Fellowship een bijdrage levert, heeft de adviescommissie onvoldoende onderscheidend gevonden. Volgens de regeling dient er sprake te zijn van een uitzonderlijke bijdrage aan talentontwikkeling. Het is aan de adviescommissie om dit te beoordelen. De rechtbank ziet in het advies van de Raad voor Cultuur ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het advies van de adviescommissie op dit punt onvoldoende begrijpelijk is. In het advies van de adviescommissie staat verder vermeld dat Holland Baroque te weinig onderscheidend is in de toepassing van de drie cultuurcodes en het verkleinen van de ecologische voetafdruk. Holland Baroque heeft hierover geen informatie verstrekt die voor het Fonds aanleiding hadden moeten zijn om aan de juistheid van het advies te twijfelen. Ook in het aangehaalde advies van de Raad voor Cultuur ziet de rechtbank hiervoor geen aanleiding. De adviescommissie heeft Degrowth als duurzaamheidsproject anders mogen waarderen.
Tussenconclusie voor de betekenis voor de Nederlandse podiumkunstpraktijk
8.6.
De rechtbank vindt dat het advies van de adviescommissie gedeeltelijk te volgen is. Dit geldt niet voor de waardering van de genre-overschrijdende activiteiten. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom de activiteiten geen aanzienlijke verrijking van de discipline en/of het genre opleveren. Op het vlak van samenwerking op internationaal gebied, is daarnaast de samenwerking met solisten van internationale statuur niet betrokken. De adviescommissie zal hierover nader advies moeten uitbrengen, waarbij het advies van de Raad voor Cultuur wordt betrokken. Dit met inachtneming van wat in deze uitspraak staat.
Geografische spreiding
9. Holland Baroque stelt dat de beoordeling van de geografische spreiding in Nederland op voorhand niet transparant is geweest en dat aanvragers zich daardoor op geen enkele manier op de beoordeling hebben kunnen voorbereiden. Holland Baroque scoort verder in vijf regio’s boven de mediaan en één keer op de mediaan. Volgens de regeling had Holland Baroque daarom twee punten toegekend moeten krijgen. De regeling moet zo worden uitgelegd dat bij een score van drie of meer regio’s of vijf of meer regio’s respectievelijk een of twee punten moet worden toegekend. Omdat Holland Barogue in vijf regio’s heeft gespeeld betekent dit dat zij op grond hiervan recht hebben op twee punten. Indien dit niet wordt gevolgd, vindt Holland Baroque dat de regio waar zij op de mediaan heeft gescoord, dient te worden meegeteld in de berekening van het aantal punten. Ook dit zou twee punten opleveren. Holland Baroque verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar twee recente uitspraken van de rechtbank Amsterdam. [3]
9.1.
Het Fonds heeft naar voren gebracht dat van alle aanvragers binnen een categorie percentueel is vastgesteld welk aandeel van hun uitvoeringen in een bepaalde regio of stad zal plaatsvinden. Per stad en regio zijn de percentages van de verschillende aanvragers op volgorde van klein naar groot gezet. Het middelste percentage (de mediaan) is als uitgangspunt gehanteerd bij het beoordelen van de spreiding van de individuele aanvragers. Het Fonds heeft de meetmethode vastgesteld nadat de aanvragen waren ingediend. Op basis van de uit de aanvragen verkregen informatie heeft het Fonds ervoor gekozen om het percentage gespeelde voorstellingen in Amsterdam niet mee te wegen bij de beoordeling van de geografische spreiding. Het Fonds heeft zich niet van te voren willen vastleggen op een methode omdat zij dit hebben willen laten afhangen van de uitkomsten van de ingediende aanvragen. Het Fonds stelt zich op het standpunt dat het hem vrij staat dit te doen. Indien het percentage aan voorstellingen in meer dan drie of vijf regio’s/steden hoger is dan de mediaan dan wordt een punt toegekend. Holland Baroque speelt in vijf regio’s boven de mediaan en krijgt dus een punt. De uitleg die Holland Baroque aan de regeling geeft kan het Fonds niet volgen. Ook telt de regio niet mee waar Holland Baroque op de mediaan heeft gescoord.
9.2.
De rechtbank stelt voorop dat bij de bekendmaking van het subsidieplafond de wijze van verdeling moet worden bekendgemaakt [4] . De regels voor het verdelen van de subsidie moeten voorafgaand aan het aanvraagtijdvak worden vastgesteld en bekendgemaakt. Een wijziging met terugwerkende kracht past hier niet bij. Dit zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en met de op het gelijkheidsbeginsel gebaseerde rechtsnorm dat een ieder een gelijke kans moet krijgen om mee te dingen naar de subsidie. [5] Dit betekent niet dat er na ontvangst van de aanvragen geen enkele nadere uitwerking meer is toegestaan. Beoordelingscriteria mogen na ontvangst van de aanvragen worden ontwikkeld, zolang er een voldoende mate van transparantie in acht wordt genomen. Dat kan bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de verantwoording die wordt afgelegd over de wijze waarop achteraf de wegingen en waarderingen hebben plaatsgevonden. [6]
9.3.
De rechtbank stelt verder vast dat in de toelichting op de regeling staat dat de geografische spreiding wordt beoordeeld aan de hand van twee onderdelen: de spreiding van de uitvoeringen binnen Nederland en de vestigingsplaats. In deze zaak beperkt het geschil zich tot het eerste onderdeel: de spreiding van de uitvoeringen binnen Nederland. In de toelichting op de regeling staat hierover vermeld dat de combinatie van het aantal voorstellingen en de spreiding over het land bepalend is voor de subscore op het onderdeel uitvoeringen, die maximaal 2 punten kan opleveren. Om de mate van spreiding vast te stellen en deze onderling te vergelijken heeft het Fonds de onder 9.1. vermelde methodiek gehanteerd die achteraf is vastgelegd en niet in de regeling is opgenomen.
9.4.
De rechtbank is van oordeel dat het Fonds de berekeningsmethode met de mediaan na ontvangst van de aanvragen heeft mogen vaststellen. Het Fonds had ervoor kunnen kiezen om in de toelichting op de regeling op te nemen dat er zou worden gerekend met een mediaan, maar het Fonds was hiertoe niet verplicht. In de toelichting op de regeling staat al dat er aan de hand van het aantal voorstellingen en spreiding over het land scores worden toegekend. Dat is voor aanvragers voldoende duidelijk om hun aanvraag op in te richten. Het Fonds heeft daarna enkel nog een berekeningsmethodiek met de mediaan ontwikkeld om de aanvragen te kunnen rangschikken. Dat hiervoor de informatie uit de aanvragen relevant is, kan de rechtbank volgen. Dat dit met zich meebrengt dat het voor Holland Baroque vooraf niet duidelijk was hoe de situatie van een mediaan voor haar zou uitpakken, maakt dit niet anders. Ook voor de andere aanvragers was dit niet duidelijk en dus is er ook geen sprake van strijd met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
9.5.
De rechtbank ziet dit echter anders ten aanzien van de achteraf genomen beslissing van het Fonds om voorstellingen in Amsterdam in het geheel niet mee te tellen. Over het uitsluiten van een bepaalde locatie heeft het Fonds niets in de toelichting op de regeling opgenomen, terwijl dit wel had gemoeten. Subsidieaanvragers hebben er namelijk bij hun aanvraag geen rekening mee kunnen houden dat voorstellingen in Amsterdam niet zouden meetellen. Als zij dat hadden geweten, dan hadden zij daarin andere keuzes kunnen maken. Als het gevolg van de anticipatie van aanvragers op dit punt zou zijn dat de vervolgens in de aanvraag opgegeven spreiding onrealistisch was, was er – zoals in de toelichting ook is opgenomen – voor het Fonds vervolgens weer ruimte om punten af te trekken. Daarin zou de beslissingsruimte van het Fonds dus niet zijn beperkt. Bovendien heeft het Fonds op zitting toegelicht dat hij al eens eerder een stad, namelijk Amsterdam, heeft uitgesloten van de berekening. Het idee van uitsluiting was daarom niet nieuw en had dan ook door het Fonds in de toelichting kunnen en moeten worden aangekondigd. In reactie op het standpunt van het Fonds, merkt de rechtbank verder nog op dat het Fonds ook zonder Amsterdam specifiek te noemen, had kunnen zorgen voor voldoende transparantie. Het Fonds had namelijk in de toelichting kunnen opnemen dat een stad of regio van de beoordeling zou worden uitgesloten in het geval het podiumkunstenaanbod daar zodanig groot is dat het geven van voorstellingen in die plaats niet bijdraagt aan een evenredige spreiding. Daarmee had het Fonds de mogelijkheid van uitsluiting voor de aanvragers in ieder geval inzichtelijk gemaakt. Het was dan aan de aanvragers om dit op eigen wijze te interpreteren en de afweging te maken of zij hierop zullen anticiperen. Dit alles maakt dat de rechtbank voor de uitsluiting van Amsterdam tot een ander oordeel komt dan voor het rekenen met een mediaan. Deze beroepsgrond slaagt.
9.6.
Dat is tot slot anders voor de uitleg die Holland Baroque geeft aan de verdeling van de scores. Hierover is in de regeling duidelijk opgenomen dat het bij het toekennen van punten moet gaan om
meerdan drie en vijf regio’s/steden, waarbij voor meer dan drie regio’s/steden een punt wordt toegekend en bij
meerdan vijf regio’s/steden twee punten. Omdat Holland Baroque in vijf regio’s heeft gespeeld, heeft het Fonds terecht een punt toegekend. Voor de stelling dat regio’s moeten meetellen waarbij op de mediaan is gescoord, is geen steun te vinden in de regeling.
Tussenconclusie voor geografische spreiding
9.7.
De rechtbank concludeert dat het beoordelingskader van de geografische spreiding op het onderdeel spreiding van de uitvoeringen binnen Nederland vooraf onvoldoende kenbaar was. Dit betekent dat de beoordeling van het criterium geografische spreiding geen stand kan houden. Het is aan het Fonds om hier opnieuw naar te kijken, met inachtneming van wat de rechtbank hierboven heeft geoordeeld.

Conclusie en gevolgen

10. Het advies van de adviescommissie kan het bestreden besluit niet dragen. Het beroep is dan ook gegrond en de rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank bepaalt dat het Fonds een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarvoor is vereist dat het Fonds een nieuw advies bij de adviescommissie opvraagt. De rechtbank geeft het Fonds tien weken voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
10.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het Fonds het griffierecht aan Holland Baroque vergoeden en krijgt Holland Baroque ook een vergoeding van haar proceskosten.
Het Fonds moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van Holland Baroque een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 februari 2025;
- draagt het Fonds op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het Fonds het griffierecht van € 385,- aan Holland Baroque moet vergoeden;
- veroordeelt het Fonds tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan Holland Baroque.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzitter, en mr. A.A.M. Elzakkers en mr. L. van 't Hof, leden, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1233, r.o. 6.
2.Zie in dit verband ook de richtlijnen subsidieaanvraag meerjarige productiesubsidie 2025-2028, waarin staat dat bij dit criterium alle informatie wordt gebruikt uit het inhoudelijk plan met betrekking tot de criteria artistieke kwaliteit en publieksfunctie.
3.Het gaat om de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7859 en ECLI:NL:RBAMS:2025:7860.
4.Artikel 4:26 van de Awb.
5.Zie de uitspraak van de Afdeling van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven