Eiseres, een gezondheidscentrum, diende op 26 mei 2025 bezwaar in tegen een besluit van 18 april 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat door verweerder zelf is erkend. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 12 november 2025 verstreken twee weken zonder beslissing, waarna eiseres op 26 januari 2026 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en eerdere jurisprudentie stelt de rechtbank een beslistermijn van vier maanden vast. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €397 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiseres, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.