ECLI:NL:RBMNE:2026:2043
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onjuiste parkeervergunning
De heffingsambtenaar legde op 6 maart 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser omdat diens auto op 22 februari 2024 geparkeerd stond op een plek waar betaald parkeren geldt zonder dat de verschuldigde belasting was voldaan. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag, dat werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
Eiser voerde aan dat hij een parkeervergunning had voor een andere zone en dat de auto via een verhuurplatform was verhuurd; de huurder had de auto teruggebracht op een plek waar de vergunning niet geldig was door miscommunicatie. De heffingsambtenaar stelde dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om de huurder goed te informeren en dat miscommunicatie voor zijn rekening komt.
De rechtbank oordeelde dat parkeerbelasting een objectieve belasting is en geen ruimte biedt voor persoonlijke omstandigheden, tenzij sprake is van een noodsituatie, wat hier niet het geval was. Ook was de uitspraak op bezwaar voldoende gemotiveerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.