Eiseres, ASR Re-integratie B.V., heeft een verzoek tot herbeoordeling van een WIA-aanvraag ingediend op 13 februari 2025. Verweerder, de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, hetgeen onbetwist is. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 23 mei 2024 ontving en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, gelet op de door verweerder aangevoerde omstandigheden zoals het tekort aan verzekeringsartsen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af omdat de gemachtigde van eiseres in dienst is bij eiseres zelf en er geen sprake is van door een derde verleende rechtsbijstand. Verweerder wordt verplicht het griffierecht van € 397,- aan eiseres te vergoeden.