Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussen
mr. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
[de waarnemer]uit [woonplaats] (de waarnemer).
Samenvatting
mr. [oud-notaris] (hierna: de oud-notaris) per 28 april 2026 aan eiser toe te wijzen. Eiser is het daar niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter of de staatssecretaris het protocol van de oud-notaris aan eiser heeft kunnen toewijzen.
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wat is er aan het besluit vooraf gegaan?
“
Om kandidaat-notarissen de mogelijkheid te bieden een benoemingsverzoek en ondernemingsplan in te dienen, wordt een redelijke termijn in acht genomen. Bij het vrijkomen van een protocol wordt het protocol daarom tenminste vijf maanden open gesteld en maximaal tien maanden indien zich binnen de vijfmaandstermijn van openstelling van het protocol een kandidaat-notaris heeft gemeld die de benoemingsprocedure moet doorlopen.”
– gehoord de KNB –een protocol toewijst. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wijst deze woordkeuze niet op een verplichting tot een vragen van een (deskundigen)advies. In de Wna wordt in verschillende artikelen namelijk een onderscheid gemaakt tussen advies vragen en horen. In artikel 8, tweede lid, van de Wna, wordt expliciet gesproken over het inwinnen van een advies door de minister bij de Commissie toegang notariaat. Daarnaast wordt in bijvoorbeeld artikel 27, vierde lid, en artikel 94a, vierde lid, van de Wna, gesproken over horen. De Wna maakt dan ook een onderscheid tussen het vragen van advies over een te nemen besluit en het horen van een derde voordat een besluit wordt genomen. In de toelichting op de wijziging van artikel 15 van Pro de Wna in 2010 wordt gesproken over een “adviserende rol” van de KNB, maar uit die toelichting blijkt niet hoe de adviserende rol dan wel hoorplicht zou moeten worden ingevuld. [5] Op de zitting kon de staatssecretaris geen duidelijkheid geven over het verschil in betekenis tussen beide vormen van het betrekken van een derde bij de besluitvorming.
“Nu heb ik een belronde gehouden en heb o.a. notaris [eiser] gesproken en diverse andere notarissen in en om [plaats] en zelfs in Amstelveen. Bij ieder gesprek met notarissen (behalve tijdens het gesprek met [eiser]) was het duidelijke advies: het protocol hoort bij notaris [eiser]. Ik heb gisteren telefonisch contact gehad met notaris [eiser] en hem meegedeeld dat het ministerie het voornemen heeft om het aan hem toe te wijzen. Voorafgaand aan het opstellen van een voornemenbrief wordt advies van de KNB gevraagd: Vandaar mijn verzoek om advies te geven t.a.v. de protocoltoewijzing [oud-notaris] aan notaris [eiser].”