ECLI:NL:RBMNE:2026:2106
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling WIA-aanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat dit bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van een WIA-aanvraag. De rechtbank stelt vast dat het UWV de aanvraag op 8 oktober 2024 ontving en de ingebrekestelling op 23 mei 2025, waarna de wettelijke termijn van twee weken om te beslissen is verstreken.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een termijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is gebaseerd op de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, en sluit aan bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 397,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, die een professionele juridische hulpverlener inschakelde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: Het UWV moet binnen vier maanden een beslissing nemen en betaalt dwangsommen, griffierecht en proceskosten aan eiseres.