Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 19 juni 2025 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn en ontving een ingebrekestelling op 13 januari 2026. Eiser stelde vervolgens op 28 januari 2026 beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen, waarbij rekening wordt gehouden met de door verweerder genoemde omstandigheden, zoals het tekort aan verzekeringsartsen. Daarom wordt een beslistermijn van twee maanden opgelegd, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt het beroep gegrond verklaard, waardoor eiser recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde, wordt een vast bedrag van € 467,- toegekend, verminderd met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,-. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 13 maart 2026.
Uitkomst: Verweerder moet binnen twee maanden alsnog beslissen op het bezwaar en betaalt dwangsom en proceskosten aan eiser.