Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2236

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
11803648
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • V.C. Jorna
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:13 BWArt. 3:15 BWArt. 17 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wahv-boete

Aan betrokkene is een administratieve sanctie van €110 opgelegd wegens parkeren op de stoep. Het administratief beroep werd ongegrond verklaard door de officier van justitie, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting gaf de gemachtigde aan dat de betwisting van de gedraging niet kansrijk was en dat het beroep enkel werd doorgezet vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de daaraan gekoppelde proceskostenveroordeling.

De kantonrechter oordeelde dat het geautomatiseerd instellen van beroep zonder inhoudelijke beoordeling misbruik van recht vormt, vooral omdat het systeem wordt gebruikt om compensatie te verkrijgen en niet om de boete aan te vechten. Dit leidt tot onnodige vertraging en benadeelt andere burgers die wachten op behandeling van hun zaken.

De beroepsgronden waren evident kansloos en werden door een professionele rechtsbijstandverlener ingediend zonder redelijke grond. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, waarmee het recht op toegang tot de rechter voor betrokkene werd ontzegd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de officier van justitie geen kosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen.

Uitkomst: Het beroep tegen de Wahv-boete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11803648 AM VERZ 25-3480
CJIB-nummer: 263020267
beslissing van de kantonrechter van 28 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 14 april 2026
inzake

[betrokkene] , te [plaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. B. Benedict namens Verkeersboete.nl.

Inleiding

Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van €110,00. De boete is opgelegd voor een gedraging op 15 november 2023 om 14:19 uur te Soest, Beukenlaan met de personenauto, kenteken [kenteken] . Het gaat om als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken (parkeren op de stoep).
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 14 april 2026. Namens betrokkene was de gemachtigde verschenen. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.

Beoordeling

Het dossier en de beroepsgronden
Het dossier bevat een zaakoverzicht aangevuld met foto’s en een ambtsedige verklaring van twee verbalisanten. De verbalisanten verklaren dat het voertuig geparkeerd stond op de stoep; een weggedeelte dat bestemd is voor voetgangers. Er is gedurende 10 minuten geen persoon waargenomen rondom het voertuig.
In het pro forma beroepschrift wordt zonder enige onderbouwing de gedraging ontkend, de bevoegdheid van de verbalisant en de wettigheid van de bewijsmiddelen betwist.
In het aanvullende beroepschrift wordt enkel de overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd. Het aanvullende beroepschrift omvat verder geen toelichting voor de ontkenning van de gedraging. De ontkenning is niet concreet gemaakt of toegespitst op de gegevens uit het zaakoverzicht. Ook worden geen specifieke feiten en omstandigheden aangevoerd om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van of de bevoegdheid de verbalisant of de wettigheid van de bewijsmiddelen.

De bespreking op de zitting

4. De kantonrechter heeft naar aanleiding van het beroepschrift op de zitting met partijen gekeken naar de foto’s. De kantonrechter heeft aan partijen voorgehouden dat zij het voertuig op die foto’s ziet staan op een stoep. De stoep is herkenbaar door een stoeprand (trottoirband) en rode smalle straatstenen. De kantonrechter heeft de gemachtigde gevraagd hierop te reageren.
5. De gemachtigde heeft op de zitting toegelicht dat zij de betwisting van de gedraging niet kansrijk acht en dat die betwisting daarom niet is gehandhaafd in het aanvullende beroepschrift. De kantonrechter heeft vervolgens gevraagd waarom er dan beroep is ingesteld en waarom dit beroep is gehandhaafd.
6. De gemachtigde heeft daarop aangegeven dat het proces op het kantoor van de gemachtigde zo is ingericht dat er na een beslissing op administratief beroep geautomatiseerd beroep wordt ingesteld bij de kantonrechter, zonder dat er inhoudelijk wordt gekeken naar de inhoud van de zaak over naar de kans van slagen van het beroep. Bij de voorbereiding van de zitting wordt er vervolgens pas inhoudelijk gekeken. De gemachtigde heeft benadrukt dat er in deze zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.
Misbruik van recht
7. De kantonrechter ziet aanleiding om te beoordelen of er in deze zaak sprake is van misbruik van recht namens de betrokkene. Op grond van de wet mag een toekomende bevoegdheid, zoals het instellen van beroep tegen een verkeersboete, niet ingeroepen worden als deze bevoegdheid wordt misbruikt of zonder redelijk doel wordt ingesteld. Als dit het geval is kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
8. De kantonrechter verwijst daarbij naar artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (het BW) en art. 3:15 van Pro het BW. Deze bepalingen brengen met zich mee dat de bevoegdheid om een bestuursrechtelijk rechtsmiddel in te stellen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze bepalingen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een bestuursrechtelijk rechtsmiddel dat misbruik van recht omvat en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring van een zodanig rechtsmiddel. Daarvoor zijn zwaarwichtige gronden vereist.
9. Van misbruik van recht is onder andere sprake als een belanghebbende rechtsmiddelen heeft ingesteld waarvan hij of zij geacht moet worden te weten dat die evident geen kans van slagen hebben. Van misbruik van recht is ook sprake als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. De kantonrechter verwijst naar de vaste rechtspraak hierover, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3447.
10. De kantonrechter oordeelt in het licht van het voorgaande dat de beroepsgronden evident algemeen van aard en kansloos zijn waarbij meespeelt, maar niet doorslaggevend is, dat geprocedeerd wordt door een professionele rechtsbijstandverlener. Zij worden geacht te beschikken over ruime kennis en ervaring op het gebied van het bestuursrecht in het algemeen en Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) in het bijzonder.
10. Uit wat op de zitting is besproken leidt de kantonrechter af dat Verkeersboete.nl in deze zaak (en blijkbaar in alle zaken) zonder te weten of een beroep kansrijk of kansloos is, beroep instelt bij de kantonrechter. Voorafgaand aan de zitting is het reeds ingestelde beroep beoordeeld, en de inhoudelijke grond als niet kansrijk gezien, vervolgens is het beroep alsnog doorgezet enkel vanwege de duur van de procedure. Dit leidt tot het oordeel dat het voor de gemachtigde op dat moment niet meer ging om de opgelegde boete, maar alleen nog over het verkrijgen van compensatie voor deze overschrijding en over de daaraan gekoppelde proceskostenveroordelingen. Onder deze omstandigheid oordeelt de kantonrechter dat niet alleen sprake is van een evident kansloze zaak, maar ook van het te kwader trouw gebruiken van de bevoegdheid om beroep in te stellen en te handhaven.
12. De kantonrechter onderstreept het belang van toegankelijke rechtsbijstand. Daarentegen leidt het enkel (geautomatiseerd) instellen van beroep met het oog op mogelijke realisatie van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting, waardoor (partijen) in aanmerking komen voor proceskostenvergoeding, juist voor onnodige vertraging van zaken van andere burgers. Zo wachten er bij deze rechtbank duizenden zaken over verkeersboetes op behandeling. Gemachtigden die kansloos beroep instellen, zorgen ervoor dat andere mensen – onterecht – nog langer moeten wachten. De kantonrechter verwijst daarbij naar eerdere uitspraken: ECLI:NL:RBMNE:2026:1371; ECLI:NL:RBMNE:2026:1640.
13. De rechtsbijstandverlener maakt misbruik van het laagdrempelige en toegankelijke systeem van rechtsbescherming in Wahv-zaken. In dat licht ziet de kantonrechter geen andere conclusie dan de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat door het handelen van gemachtigde betrokkene het recht op toegang tot de rechter is ontzegd.
13. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sancties, volstaat zij met deze vaststelling.
13. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkenen te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. V.C. Jorna, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
H.A. van Gastel mr. V.C. Jorna
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: