ECLI:NL:RBMNE:2026:2323
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering inzage politieregistratie op grond van Wpg wegens onvoldoende motivering
Verzoeker heeft op 16 januari 2026 een verzoek gedaan om inzage in zijn politiegegevens naar aanleiding van de afwijzing van zijn VOG-P aanvraag door de staatssecretaris. De korpschef heeft inzage in een deel van de politieregistratie geweigerd op grond van artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wet politiegegevens (Wpg).
De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd omdat de korpschef niet heeft toegelicht waarom de weigering van inzage noodzakelijk en evenredig is en welke rechten van derden zwaarder wegen dan het belang van verzoeker. Tevens is inzage in openbare informatie ten onrechte geweigerd.
Na kennisname van vertrouwelijke stukken concludeert de rechter dat de korpschef de weigering voor het overige deel van de registratie wel terecht heeft gemotiveerd en dat de belangen van derden zwaarder wegen. De rechtbank vernietigt het besluit, beveelt inzage in de openbare informatie binnen twee weken en laat de overige rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verzoeker krijgt proceskostenvergoeding en griffierecht terug.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van inzage in politieregistratie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkige belangenafweging, met bevel tot inzage in openbare informatie.