Eiseres, Stichting GO! Vast Personeel, diende op 26 februari 2024 een bezwaar in tegen een besluit van het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is en door verweerder zelf is erkend. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 11 juli 2025 verstreken twee weken zonder beslissing, waarna eiseres op 13 maart 2026 beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en de omstandigheden stelt de rechtbank een termijn van vier maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van € 467 voor proceskosten, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde, en wordt het griffierecht van € 397 aan haar vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen.