ECLI:NL:RBMNE:2026:2583
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek om herbeoordeling UWV
Eiseres heeft op 8 februari 2024 een verzoek om herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, hetgeen onomstreden is en door verweerder zelf erkend in het verweerschrift van 18 maart 2026.
Eiseres heeft op 24 februari 2026 beroep ingesteld nadat zij op 30 januari 2026 een ingebrekestelling aan verweerder had gestuurd. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van twee weken op grond van artikel 8:55d Awb niet is nageleefd.
Gezien de door verweerder aangevoerde omstandigheden, zoals het tekort aan verzekeringsartsen, bepaalt de rechtbank een redelijke beslistermijn van twee maanden. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee maanden alsnog een besluit te nemen. Daarnaast moet verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twee maanden en een dwangsom op voor het UWV om alsnog te beslissen.