Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 3 juli 2025 bezwaar in tegen een beslissing omtrent zijn WIA-uitkering. Verweerder, het UWV, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, hetgeen ook door verweerder werd erkend. Eiser stelde op 23 maart 2026 beroep in tegen deze niet-beslissing.
De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen twee weken na ontvangst van een ingebrekestelling moet beslissen, maar gezien de omstandigheden en het tekort aan verzekeringsartsen stelt zij een termijn van twee maanden vast. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een vergoeding van € 467,- voor proceskosten, omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde, en wordt het griffierecht van € 54,- aan hem vergoed. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank stelt een beslistermijn van twee maanden vast, legt een dwangsom op bij overschrijding en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.