Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres]., te [plaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft op 12 mei 2023 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat ook door verweerder is erkend. Eiseres heeft vervolgens op 3 februari 2026 beroep ingesteld tegen deze niet tijdige beslissing.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 12 februari 2024 heeft ontvangen en sindsdien de wettelijke termijn is verstreken. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verweerder verplicht een dwangsom te betalen voor de overschrijding, welke reeds is vastgesteld op het maximale bedrag van € 1.442,-.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing moet nemen, gelet op de door verweerder genoemde omstandigheden zoals het tekort aan verzekeringsartsen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 397,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt het UWV op binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en kostenvergoedingen.