Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen een besluit van de Dienst Toeslagen over aanvullende compensatie. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 12 november 2025. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit te nemen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een nadere beslistermijn van 72 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn is bepaald, maar stelt in dit geval een uiterste beslistermijn van 2 maart 2027 vast. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend, conform de Awb. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 53,-). De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok en griffier M.E.C. Bakker op 26 maart 2026.