Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de korpschef van politie, de korpschef
Samenvatting
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
- Dat eiseres veelvuldig in WhatsApp-berichten met [getuige 2] spreekt over eigen gebruik van diverse harddrugs, het gebruik van [medicijn] (werkzame stof op lijst I Opiumwet) en de effecten hiervan.
- Door [getuige 2] is ook gezien dat eiseres harddrugs heeft gebruikt, op festivals en thuis.
- Dat zowel de telefoonnummers van eiseres als van haar (ex)partner [getuige 4] voorkomen in strafrechtelijke onderzoeken naar verdovende middelen.
Beoordeling door de rechtbank
- Ik zorg ervoor dat mijn gedrag (ook in vrije tijd) geen imagoschade oplevert voor de politie;
- Ik gebruik geen drugs (hard- of softdrugs).
- Vraag 1: Was het onderzoek van de korpschef zorgvuldig en onpartijdig?
- Vraag 2: Heeft eiseres zich schuldig gemaakt aan de gedraging die haar wordt verweten?
- Vraag 3: Valt de vastgestelde gedraging onder de definitie van plichtsverzuim?
- Vraag 4: Is de gedraging aan eiseres toe te rekenen?
- Vraag 5: Is het opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag in dit geval evenredig geweest?
- [getuige 4] , de partner van eiseres;
- [A] ( [A] ), een neef van eiseres en tevens ex-partner van [getuige 2] ;
- [B] ( [B] ), een ex-vriend van [getuige 3] ; hij zou over informatie beschikken dat [getuige 3] , [getuige 2] en [getuige 1] elkaar meermalen in het openbaar hebben ontmoet om te overleggen over manieren om te bewerkstelligen dat eiseres haar baan zou verliezen. Ook zou [B] door [getuige 3] en [getuige 2] in het openbaar zijn benaderd, waarbij [getuige 3] zou hebben erkend dat zij een valse getuigenverklaring over eiseres zou hebben afgelegd;
- [C] , voormalig [functie] binnen de afdeling basisteamrecherche en [functie] van eiseres. Hij zou informatie kunnen verschaffen over het functioneren van eiseres op de werkvloer;
- [D] , ex-collega van eiseres, die tevens informatie kan verstrekken over het functioneren van eiseres buiten de werkvloer; en
- [E] ( [E] ), vriendin van eiseres en bekende van [getuige 2] .
“Nee, absoluut niet. Het eerste verhoor was ik ontdaan en ik heb nu lekker mijn verhaal kunnen doen.”De vraag of zij zoveel mogelijk openheid van zaken heeft kunnen geven heeft eiseres als volgt beantwoord:
“Ja, de WhatsApp-gesprekken kunnen een schijn opwekken maar ik hoop dat ik voldoende uit heb kunnen leggen hoe ze geïnterpreteerd moeten worden”. Ook tijdens het derde hoorgesprek op 30 mei 2024 heeft eiseres desgevraagd verklaard dat eventuele belemmeringen of angst geen rol hebben gespeeld bij het beantwoorden van de vragen en dat zij zoveel mogelijk openheid van zaken heeft kunnen geven.
“ [getuige 3] heeft toen ook gezegd dat zij een valse verklaring heeft afgelegd bij de politie in het belang van de zoon van eiseres en de heer [getuige 4] , [naam 1] . Zelf denk ik dat het haat, wraak jegens eiseres is.”De rechtbank overweegt dat zelfs al zou de verklaring van [getuige 3] gelet op deze verklaring van [B] buiten beschouwing worden gelaten, dan nog blijven de verklaring van [getuige 2] en de inhoud van de WhatsApp-berichten over en deze zijn in overeenstemming met elkaar. Aan de gestelde geluidsopname van het gesprek tussen [getuige 3] en [B] mocht de korpschef daarom voorbijgaan. Voor zover eiseres stelt dat de getuigenverklaring van [getuige 2] is bedoeld als wraakactie, overweegt de rechtbank dat – als daarvan al sprake zou zijn – dit niet per definitie betekent dat de verklaring van [getuige 2] onjuist zou zijn. Daarbij acht de rechtbank van belang dat de verklaring van [getuige 2] steun vindt in de WhatsApp-berichten. De beroepsgrond slaagt niet.
Rapport disciplinair onderzoek (Rapport) p. 47 en 162 en 163
“[…] Ik was die avond zonder [accountnaam 1] . [naam 1] lag bij mij op de bank en [accountnaam 1] was volgens mij bij vrienden of familie. [letter] is dus [accountnaam 1] . [9] ”
zonder alcohol of [letter] ’. Niet aannemelijk is dat het hier, binnen de context van het gesprek, over haar partner [getuige 4] zou gaan.
“
‘ [letter] ’ staat sowieso niet voor coke, zoals dat boven de gesprekken staat. Dat vind ik wel heftig. Het gesprek van de 27e, daarover moet [accountnaam 1] gehoord worden vind ik. Ik heb daar verder niets mee te maken.”Op de vraag waar ‘ [letter] ’ dan voor staat blijft eiseres stil. Aan haar wordt meegegeven dat de indruk gewekt wordt dat zij wel iets weet maar dit niet zegt. Zij wordt gewezen op het feit dat zij open en transparant dient te zijn. Op de vraag “Wat bedoel je nu met ‘ [letter] ’?” antwoordt eiseres: “
In het gesprek van de 21e staat ‘ [letter] ’ niet voor cocaïne. In het gesprek van 27 januari wel. Ik heb gewoon een fout gemaakt door het voor iemand anders te vragen.[…]
Voor [accountnaam 1] , hij moest dat weer van andere mensen vragen” [10] . Volgens eiseres duidt ‘ [letter] ’ in het bericht van 21 januari 2024 op [medicijn] . Tijdens het hoorgesprek op 30 mei 2024 is eiseres gevraagd waar het WhatsApp-gesprek van 3 juli 2023 over ging toen eiseres en [getuige 2] het hadden over dat de arts mogelijk restjes in haar neus had kunnen vinden. Eiseres verklaarde hier als volgt: “[…]
Weet ik veel, snot of iets anders.”
en ik gebruikten wel eens een pilletje of coke. [accountnaam 2] gebruikte en gebruikt meer dan ik, vooral coke. Ik gebruik recreatief. [accountnaam 2] niet. [accountnaam 2] gebruikt de laatste tijd veel, ook door de weeks. Ze gebruikt coke, MDMA, XTC en daarnaast slikt ze ook antidepressiva en antipsychotica middelen. Ik begrijp echt niet dat ze normaal kan werken en dat het nooit iemand is opgevallen dat ze gebruikt”. [11] Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiseres er ook niet in is geslaagd een goede verklaring te geven voor wat zij tijdens het WhatsApp-gesprek op 3 juli 2023 heeft bedoeld met ‘mogelijke restjes’ die de arts in haar neus zou kunnen vinden. Eiseres heeft hier vaag op gereageerd door te stellen het niet te weten en mogelijk snot te bedoelen, wat niet aannemelijk is binnen de context van het gesprek. Naar het oordeel van de rechtbank is het op basis van deze berichten aannemelijk dat eiseres het hier heeft over restjes cocaïne.
Ik weet het niet, het zou zomaar over iets anders kunnen gaan.[…] [12] ” Gelet op de reactie van eiseres op het berichtje van [getuige 2] en haar vage verklaring hierover tijdens het hoorgesprek op 30 mei 2024, waarin zij niet heeft ontkend dat het mogelijk over xtc-gebruik van haar kon gaan, mocht de korpschef zich op het standpunt stellen dat aannemelijk is dat eiseres de harddrug xtc heeft gebruikt.
Ik heb haar absoluut nooit drugs zien gebruiken.[…]
ja, ik heb een drugsverleden en gebruik wel af en toe. Zij heeft drugs voor mij besteld, ik gebruik af en toe cocaïne. Ik gebruik dus niet met eiseres. Ik hou dat al 13 jaar gescheiden.
ik kan mij niet voorstellen dat zij gebruikt, ook vanwege haar functie. Ik heb veel drugs gebruikt ook in een drugskliniek geweest, toen ik 22 jaar was. Af en toe heb ik het nog nodig om mijn lichaam rust te geven. Dat is cocaïne. Ik gebruik geen pillen, of designdrugs. Ik deed dat die ene keer via het nummer van [getuige 2] . Ik wist dat zij het nummer had om aan cocaïne te komen en ik had haar telefoonnummer niet, maar eiseres wel. Pillen zijn niet voor mij. Af en toe gebruik ik een joint. Ik gebruik dat alleen en niet in het bijzijn van anderen”.
ik heb gezien dat [getuige 2] de telefoon van eiseres vaker in de handen had. Zij zat meerdere malen op haar telefoon te kijken en dingen te doen. Wat ze precies deed, weet ik niet. Je denkt dan niet over rare dingen na. Dit was in november/december 2023. Ik heb haar daarover ook op de vingers getikt. Ik heb alles gelezen wat in het dossier zit. Ik weet niet alles wat zij heeft gedaan, maar zij heeft ook berichten via de telefoon van eiseres naar haar ex ( [getuige 1] ) gestuurd. Ik heb die berichten gelezen.[…]” Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze verklaring niet afgeleid worden dat [getuige 2] vanaf de telefoon van eiseres berichtjes over drugs en cocaïne naar zichzelf zou hebben gestuurd. Daarbij is ook van belang dat door eiseres niet is betwist dat zij over ‘ [letter] ’ en ‘ [letter] ’ heeft geappt met [getuige 2] . Voor zover [getuige 4] ter zitting heeft verklaard dat het zou gaan om een wraakactie van [getuige 2] overweegt de rechtbank, zoals hiervoor reeds is overwogen, dat dit niet per definitie betekent dat de verklaring van [getuige 2] onjuist zou zijn (zie 10.1). Daarbij acht de rechtbank van belang dat de verklaring van [getuige 2] steun vindt in de hiervoor genoemde WhatsApp-berichten en dat de verklaringen van eiseres niet tot de conclusie leiden dat die anders zouden moeten worden geïnterpreteerd.
[getuige 3] heeft toen ook gezegd dat zij een valse verklaring heeft afgelegd bij de politie in het belang van de zoon van eiseres en de heer [getuige 4] , [naam 1] . Zelf denk ik dat het haat, wraak jegens eiseres is.” De rechtbank overweegt dat zelfs al zou de verklaring van [getuige 3] gelet op deze verklaring van [B] buiten beschouwing worden gelaten, dan nog de verklaring van [getuige 2] overblijft (zie 10.1).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 7 maart 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven; en
- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 194,- aan eiseres moet vergoeden;
mr. D. de Vries, leden, in aanwezigheid van drs. S. Mazaheri, griffier.