Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd in [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- In de bestaande situatie staat in de buitengevel aan de oostzijde bij ruimte 0.78 tussen stramien 20a en 21 een deur aangegeven, terwijl in de werkelijke toestand daar een vast kozijn zit.
- In de bestaande situatie staan in de buitengevel aan de oostzijde bij ruimte 0.75 tussen stramien 19 en 20 vaste kozijnen aangegeven, terwijl in de werkelijke toestand daar een schuifdeur zit.
- De scheiding van verschillende ruimtes worden niet volledig brandwerend uitgevoerd, omdat sommige scheidingen op het midden van een raam uitkomen. Tijdens de uitvoering is op sommige plekken een knikje in de muur gemaakt zodat het aansluit op een raamstijl (en ook weer weggehaald) of een brandwerend paneel voor het glas geplaatst. Beide situaties zijn niet aangegeven op tekening en daardoor is de ingetekende nieuwe situatie niet juist en tevens niet uitvoerbaar volgens de vergunde tekeningen om te voldoen aan eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Voor het afwijken van de vergunning (het wijzigen van de brandwerende scheidingen) is een nieuwe omgevingsvergunning nodig.
- De buitengevels in de nieuwe situatie zijn wazig ingetekend en suggereren aan de oostzijde dichte gemetselde gevels met enkele kozijnen, dit komt niet overeen met de werkelijkheid.
- In ruimte 14 in de nieuwe situatie ter plaatse van de binnendeur lopen diverse leidingen tegen het plafond waar een brandwerende scheiding is ingetekend. De uitvoerder wil de brandwerende scheiding verleggen, omdat het anders niet uitvoerbaar is. Dit staat niet aangegeven op tekening.
- In ruimte 14 in de nieuwe situatie in de noordwest hoek bij de aansluiting met het vluchttrappenhuis van de woningen en parkeergarage is brandoverslag mogelijk. Op tekening had de brandwerende scheiding door moeten lopen, de hoek om. Dit is niet aangegeven op tekening.
- In de nieuwe situatie is een vluchtrouteaanduiding aangegeven die naar een trappenhuis gaat wat in de kelder uitkomt. In de kelder is geen vluchtmogelijkheid.
inhet pand. De buitenmuren met de daarin aanwezige vensters bleven dus ongewijzigd. Indien de positie van de (bestaande) vensters en de aansluiting van de scheidingsmuren daarop voor het college onduidelijk was, had het op de weg van het college gelegen om aan eiseres duidelijkere (detail)tekeningen te vragen, voordat hij overging tot het verlenen van de vergunning. Juist ook omdat de beoordeling van de compartimentering van de zorgruimtes vanuit het oogpunt van brandveiligheid voor de opvang van deze kwetsbare doelgroep belangrijk is. Voor zover het college erop heeft gewezen dat de scheiding van verschillende (zorg)ruimtes niet volledig brandwerend worden uitgevoerd, geldt dat ook dit niet een reden is om de vergunning in te trekken. De rechtbank merkt daarover op dat op de tekening van de nieuwe toestand staat aangegeven dat de (zorg)ruimtes worden voorzien van een subbrandcompartimentering van 30 min WBDBO en dat deuren en kozijnen voldoen aan SA-classificatie rookwerendheid en deuren zelfsluitend zijn. Het is aan eiseres om ervoor te zorgen dat het pand na oplevering hieraan ook voldoet, of indien een wijziging van de vergunning daarvoor nodig is, deze aan te vragen. Op het moment dat vaststaat dat het pand niet conform de vergunning is verbouwd of in gebruik wordt genomen, dan kan het college gebruik maken van de handhavingsmogelijkheden die hij heeft wegens handelen in strijd met artikel 5.1 van de Omgevingswet.