ECLI:NL:RVS:2021:720
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking omgevingsvergunning en last onder dwangsom in Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda trok in 2018 een omgevingsvergunning uit 2014 in en legde een last onder dwangsom op om een zonder vergunning gebouwde wooneenheid terug te brengen naar de oorspronkelijke staat. Na bezwaar herzag het college dit besluit deels in 2019, maar de rechtbank vernietigde dit herroepingsbesluit en herrolde het intrekkingsbesluit.
Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl [bedrijf] voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college niet had aangetoond dat sprake was van een onjuiste of onvolledige opgave bij de vergunningaanvraag, wat een vereiste is voor intrekking op grond van artikel 5.19 Wabo.
De Afdeling oordeelde dat het college daardoor niet bevoegd was de vergunning in te trekken en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van [bedrijf] verviel. De last onder dwangsom bleef onderwerp van discussie, maar het college slaagde er niet in het oordeel van de rechtbank te weerleggen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 april 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.