Eiseres heeft op 2 juli 2024 een WW-uitkering aangevraagd die per 1 augustus 2024 werd toegekend. Na hervatting van werk op 1 oktober 2024 vroeg zij op 9 februari 2025 opnieuw een WW-uitkering aan, met als ingangsdatum 20 december 2024. Het Uwv wees deze aanvraag af en stelde dat sprake was van herleving van het eerdere recht, omdat eiseres niet voldeed aan de wekeneis voor een nieuwe uitkering.
De rechtbank oordeelt dat de eerste dag van werkloosheid 20 december 2024 is en dat weken waarin al recht op WW-uitkering is opgebouwd niet opnieuw mogen meetellen. Hierdoor voldoet eiseres slechts aan 11 weken loon in de referentieperiode, te weinig voor een nieuwe uitkering. Ook bij de door eiseres voorgestelde datum van 20 januari 2025 zou zij niet aan de wekeneis voldoen.
Daarnaast heeft het Uwv vastgesteld dat eiseres in februari 2025 een bedrag van €1.311,15 onverschuldigd heeft ontvangen vanwege niet doorgegeven inkomsten. De rechtbank bevestigt dat het Uwv dit bedrag terecht terugvordert, omdat eiseres geen dringende redenen heeft aangevoerd om van terugvordering af te zien.
Eiseres stelde dat zij onterecht niet is gehoord in de bezwaarprocedure, maar de rechtbank concludeert dat zij niet is benadeeld omdat zij haar standpunten in bezwaar en beroep heeft kunnen toelichten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en draagt het Uwv op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.