Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 28 november 2024 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en stelde dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn. Eiser stuurde een ingebrekestelling op 12 november 2025, waarna de wettelijke termijn van twee weken verstreek zonder beslissing.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de wettelijke dwangsom moet betalen voor de periode van de overschrijding, vastgesteld op € 1.442,-. Daarnaast moet verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak een besluit nemen op het bezwaar. Voor elke dag dat verweerder daarna nog te laat is, geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, krijgt eiser ook een vergoeding van € 467,- voor proceskosten en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,-. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het houden van een zitting en baseert zich op de schriftelijke stukken en de wet.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom, proceskostenvergoeding en het alsnog binnen twee maanden beslissen op het bezwaar.