Eiseres, Stichting Protestants Christelijk Onderwijs te Utrecht, diende op 22 september 2025 een verzoek om herbeoordeling in bij het UWV. Verweerder heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, wat aanleiding gaf tot het beroep bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 1 december 2025 ontving en sindsdien de wettelijke beslistermijn is overschreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verweerder een dwangsom verschuldigd voor de periode van 42 dagen dat het besluit uitbleef. Omdat verweerder de dwangsom niet heeft vastgesteld, doet de rechtbank dit zelf en bepaalt een bedrag van €1.442.
Verder bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, een termijn die is verlengd vanwege het tekort aan verzekeringsartsen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog te laat is, moet een dwangsom van €100 worden betaald, met een maximum van €15.000.
De rechtbank veroordeelt verweerder tevens tot betaling van het griffierecht van €385 en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiseres, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.