Uitspraak
1.De procedure
2.Het incidentele verzoek en het verweer daarop
3.De beoordeling
in beginselexclusief bevoegd is om te oordelen over vorderingen die voortvloeien uit de overeenkomst tussen de vennootschap en de bestuurder.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij de vraag is welke rechter bevoegd is om te oordelen over het ontbindingsverzoek van een arbeidsovereenkomst van een statutair bestuurder. De verweerder, voormalig statutair bestuurder, was ziek gemeld voordat het vennootschapsrechtelijke ontslag plaatsvond. Hierdoor geldt een wettelijk opzegverbod.
De verweerder verzocht de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren en de zaak te verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, omdat de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd met het vennootschapsrechtelijke ontslag. De verzoeker verweerde zich met verwijzing naar de arresten van 15 april 2005 van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat bij een opzegverbod de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege eindigt en het arbeidsrechtelijk geschil bij de kantonrechter thuishoort.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod bij ziekte de beëindiging van de arbeidsovereenkomst blokkeert, zodat ondanks het vennootschapsrechtelijke ontslag de arbeidsovereenkomst voortduurt. Hierdoor is de kantonrechter van Midden-Nederland bevoegd, omdat dit de woonplaats van de verweerder is. Het incidentele verzoek tot onbevoegdheid werd afgewezen en de beslissing over de proceskosten aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af.