ECLI:NL:RBMNE:2026:4854
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaar en oplegging dwangsom
Eiseres diende op 17 december 2024 een bezwaarschrift in tegen een besluit van 21 november 2024 bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 18 juni 2025 verstreken twee weken zonder beslissing, waarna eiseres op 18 maart 2026 beroep instelde.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Gezien de omstandigheden, waaronder een hoorzitting op 28 juni 2025 en een tekort aan verzekeringsartsen, wordt een termijn van twee weken gehanteerd. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Het verzoek van eiseres om wettelijke rente over de dwangsom wordt afgewezen, omdat wettelijke rente niet van toepassing is op door de bestuursrechter opgelegde betalingsverplichtingen. Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van € 467,- en wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 54,- aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.