ECLI:NL:RBMNE:2026:565
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke intrekking van vier omgevingsvergunningen wegens niet-gebruik en leegstand
Eiser, eigenaar van meerdere panden, had vier omgevingsvergunningen ontvangen voor bouwactiviteiten. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloot deze vergunningen in te trekken omdat eiser geen gebruik had gemaakt van de vergunningen en geen aannemelijk bewijs leverde dat hij op korte termijn met de bouw zou starten.
Eiser voerde aan dat het intrekkingsbesluit geen rechtsgevolg had, onduidelijk was, het college niet bevoegd was tot intrekking, en dat er sprake was van willekeur. Ook stelde hij dat de panden gekraakt waren, waardoor hij niet kon starten met de bouw, en dat hij bezig was met verkoop en voorbereidingen.
De rechtbank oordeelde dat het intrekkingsbesluit wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is, dat de omschrijving van 'constructieve handelingen' duidelijk is, en dat het college bevoegd was om de vergunningen in te trekken op grond van artikel 5:40 Ow Pro. Het college had de belangen van eiser voldoende meegewogen en er was geen sprake van willekeur.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid tot intrekking had kunnen besluiten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de vier omgevingsvergunningen wordt bevestigd.