ECLI:NL:RVS:2017:69
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning bedrijfsverzamelgebouw wegens niet-gebruik
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland heeft bij besluit van 1 september 2015 de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsverzamelgebouw, verleend aan PLUS Vastgoed B.V. op 8 april 2014, ingetrokken wegens het niet binnen 26 weken verrichten van werkzaamheden met gebruikmaking van de vergunning. PLUS en een mede-eigenaar van het perceel stelden bezwaar en beroep in tegen deze intrekking, maar de rechtbank verklaarde het beroep van PLUS ongegrond en het bezwaar van de mede-eigenaar niet-ontvankelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt in haar uitspraak van 16 januari 2017 het oordeel van de rechtbank. De Raad overweegt dat voorbereidende werkzaamheden zoals bouwrijp maken, egaliseren en het uitvoeren van bodemonderzoek niet kwalificeren als handelingen met gebruikmaking van de vergunning. Daarnaast is het college bevoegd de vergunning in te trekken indien aannemelijk is dat niet binnen korte termijn met bouwen wordt begonnen.
De Raad weegt mee dat het college de intrekking heeft gebaseerd op gewijzigde planologische inzichten en het belang van de herontwikkeling van het centrum van Den Hoorn. PLUS en de mede-eigenaar waren op de hoogte van deze ontwikkelingen en konden niet aannemelijk maken dat zij op korte termijn alsnog zouden starten met bouwen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.