Uitspraak
1.De procedure
- het verslag (proces-verbaal) van de civiele rolzitting van 15 oktober 2025, waarin de mondelinge reactie van [gedaagde] op de dagvaarding is vastgelegd;
- de akte wijziging van eis van Achmea van 14 oktober 2025;
Rechtbank Midden-Nederland
Achmea verhuurt een bedrijfsruimte aan [gedaagde], die een huurachterstand heeft opgebouwd. Achmea vordert betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en contractuele (boete)rente. [gedaagde] betwist de bijkomende kosten en de hoogte daarvan.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand van € 11.275,12 niet is betwist en wijst deze toe. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar gematigd tot € 922,62 conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, omdat Achmea geen hogere werkelijke kosten heeft gesteld.
De contractuele (boete)rente van € 3.600,00 wordt toegewezen omdat [gedaagde] de huur meermaals te laat betaalde en het boetebeding niet tot een buitensporig resultaat leidt. De contractuele rente over reeds verschuldigde boetes en incassokosten wordt afgewezen; daarvoor wordt wettelijke rente toegekend vanaf de dagvaarding. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe voor huurachterstand, incassokosten en (boete)rente, met matiging van incassokosten en afwijzing van contractuele rente over boetes.