ECLI:NL:RBMNE:2026:652
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op WIA-herbeoordelingsverzoek
Eiseres heeft op 5 maart 2024 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van mevrouw A op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen, waarop eiseres een ingebrekestelling heeft gestuurd. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing moet nemen.
De rechtbank neemt daarbij het tekort aan verzekeringsartsen in aanmerking en stelt een termijn van vier maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 385 aan eiseres en een proceskostenvergoeding van € 467 wegens de bijstand door een gemachtigde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.
Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink en griffier I. van Ittersum op 26 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier maanden een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.