ECLI:NL:RBMNE:2026:758
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, vastgesteld op €510.000,- voor het belastingjaar 2023 met waardepeildatum 1 januari 2022. Na een bezwaarprocedure die ongegrond werd verklaard, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt, die qua type, locatie en verkoopdatum voldoende vergelijkbaar waren. Eiser voerde aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen en dat bepaalde stukken zoals iWOZ-kaarten en bouwtekeningen niet waren overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de iWOZ-kaarten en bouwtekeningen niet tot de op de zaak betrekking hebbende stukken behoren en dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling. De stellingen van eiser over verschillen met referentiewoningen en de toepassing van de meerderheidsregel werden niet onderbouwd en faalden. Ook het beroep op het verbod van willekeur werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde van €510.000,- en wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €510.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.