Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
1 Reikwijdte van de controle
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een onderneming die textiel en schoeisel invoert, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag van €49.530,79 wegens vermeend te laag opgegeven douanewaarden. Na onderzoek door het Landelijk Waardeteam en een controle op de aangiften uit 2009 en 2010, stelde de Douane gegronde twijfel vast over de juistheid van de aangegeven transactiewaarden, mede vanwege extreem lage stuksprijzen en het gebruik van leveringsvoorwaarden die vracht- en verzekeringskosten omvatten.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de transactiewaarde werd verworpen en stelde dat de gehanteerde referentielijsten arbitrair waren. Tevens stelde zij dat verweerder niet alle relevante stukken had overgelegd, wat haar rechten van verdediging zou schenden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht een beroep had gedaan op artikel 8:29 Awb Pro om inzage te beperken en dat de rechten van verdediging niet waren geschonden.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de gegronde twijfel tijdig en adequaat had medegedeeld, dat de lage douanewaarden niet aannemelijk waren en dat de door verweerder gebruikte referentielijsten en statistische bronnen een redelijke basis vormden voor het vaststellen van de douanewaarde via redelijke middelen conform artikel 31 CDW Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag wegens te laag opgegeven douanewaarden.