Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
- grand total;
- datum en tijd eerste afslag;
- datum en tijd laatste afslag;
- datum en tijd van de laatste z-afslag.
- soort softdrugs per gram;
- beginvoorraad per gram;
- totaal verkocht per gram;
- eindvoorraad per gram;
- verkoopprijs per gram;
- totaal omzet per soort;
- totaal dagomzet.
- 2006 positief netto privé € 1.887;
- 2007 negatief netto privé € 61.869;
- 2005 negatief netto privé € 40.988;
- 2006 negatief netto privé € 32.903.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
€ 1.416 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 1, en een factor 1,5 voor vier samenhangende zaken waarin het beroep gegrond is).
6.Beslissing
- verklaart de beroepen met de nummers 13/516 en 13/213 ongegrond;
- verklaart de beroepen met de nummers 13/209 tot en met 13/212 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 29 november 2012 voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking verband houdende met de navorderingsaanslag ib/pvv 2006;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 29 november 2012 voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking verband houdende met de navorderingsaanslag ib/pvv 2007;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 28 november voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking verband houdende met de navorderingsaanslag ib/pvv 2008;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 28 november 2012 voor zover deze betrekking heeft op de boetebeschikking verband houdende met de navorderingsaanslag ib/pvv 2009;
- vermindert de in verband met de navorderingsaanslag ib/pvv 2006 opgelegde boete tot € 74.048 (30% van de navorderingsaanslag);
- vermindert de in verband met de navorderingsaanslag ib/pvv 2007 opgelegde boete tot € 101.825 (30% van de navorderingsaanslag);
- vermindert de in verband met de navorderingsaanslag ib/pvv 2008 opgelegde boete tot € 81.135 (30% van de navorderingsaanslag);
- vermindert de in verband met de navorderingsaanslag ib/pvv 2009 opgelegde boete tot € 71.145 (30% van de navorderingsaanslag);
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.416, en
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 160 vergoedt.